Historiek activiteitencoöperaties

Printervriendelijke versie

Het idee om werklozen te helpen zelfstandigen te worden, kwam een tiental jaren geleden overgewaaid vanuit Frankrijk. In België zagen de eerste activiteitencoöperaties het levenslicht in Wallonië. Er zijn tal van gelijkenissen met andere mechanismen van startersondersteuning zoals de startcentra in Vlaanderen en broed -en kweekplaatsen (de zgn. 'couveuses) in Wallonië en Frankrijk. De belangstelling voor de activiteitencoöperatie is in België ontstaan onder impuls van het team van het adviesbureau voor de sociale economie ACES in Charleroi met de oprichting van de activiteitencoöperatie Azimut. Daarna volgde de verspreiding van het concept met als resultaten de oprichting van Challenge, Startpunt, Take Off, Co-actief en Ondernemersatelier.

Noodzaak bijkomende regelgeving

Vandaag werken dus de coöperaties in België nog altijd in een experimenteel kader dat werd uitgetekend in het rondschrijven van minister Onkelinx van maart 2001. Om een volwaardig statuut te geven aan de activiteitencoöperaties en hun werking te optimaliseren, werden recent een aantal denkpistes voorgesteld en besproken. Zo sprak men ondermeer over het verlengen van de verblijfsduur in de coöperatie (momenteel is die beperkt tot één jaar). Een activiteitencoöperatie is immers in eerste instantie een activeringsinstrument, gericht op werklozen en leefloners die hun leven zelf in handen willen nemen. Duidelijk is dat zij binnen een kader functioneren dat juridisch onvoldoende eenduidig en structureel is. Aandachtspunten voor de toekomst zijn verder dat een aantal activiteiten dienen vermeden te worden (een focus op prioritaire activiteiten bijvoorbeeld in de ambachtelijke sector) en dat de geografische actieradius van een activiteitencoöperatie te beperkt is.
In 2004 kwam een federale coördinatiestructuur van de Belgische activiteitencoöperaties tot stand onder de vorm van een economisch samenwerkingsverband, coopac.be. In augustus 2005 startten de Vlaamse activiteitencoöperaties een overleg op in de schoot van VOSEC: zie www.activiteitencooperaties.be

In de beleidsnota van Van Weert 2005 wil de staatssecretaris onderzoeken hoe er werk kan worden gemaakt van de erkenning als «activiteitencoöperatieve» en van de opname in de wetgeving van het statuut van 'ondernemer in loondienst'. Het is de bedoeling dat elke Belgische provincie op termijn over een eigen activiteitencoöperatie beschikt. Een vademecum ter begeleiding van de doelgroepwerker (oprichter van een bedrijf) is in de maak.

Ook Van Brempt wil in haar beleidsplan 2005 -2009 een betere regelgeving. De ondersteuning van activiteitencoöperatieven zal decretaal verankerd worden als interessante methode voor het aanwakkeren van ondernemingszin bij kansengroepen. In samenspraak met de coöperatieven zullen de resultaatscriteria voor ondersteuning worden uitgeklaard. De samenwerking van de minister van Economie zal worden gevraagd om innoverende experimenten rond ondernemerscoöperatieven op te zetten. Inmiddels is op het niveau van de activiteitencoöperatieven zelf een haalbaarheidsstudie gemaakt. Aan de hand van twee concrete startende bedrijven, Renoforum en Tintelijn is de werking van een activiteitencoöperatieve (in casu Startpunt Gent) volledig doorgelicht.