Bereik van de sociale economie
De Vlaamse monitor sociale economie
Actuele cijfers m.b.t. de Vlaamse beleidsmaatregelen sociale economie zijn te vinden op werk.be:
Er bestaat ook een Interactieve Monitor Sociale Economie waarmee je zelf gedetailleerde en actuele regionale selecties kan maken uit de cijfers.
Bereik doelgroepmedewerkers van het Vlaams beleid sociale economie
Bron: VRIND 2010
Eind 2008 stelden de verschillende werkvormen van het Vlaamse beleid sociale economie (beschutte en sociale werkplaatsen, invoegbedrijven, arbeidszorginitiatieven en lokale diensteneconomie) in totaal 21.443 doelgroepwerknemers te werk. Dat komt overeen met 0,8% van de totale werkende bevolking tussen 15 en 64 jaar. Het totale aantal doelgroepwerknemers in de sociale economie steeg tussen 2005 en 2007 jaarlijks met telkens 6%. In 2008 valt die stijging door de economische crisis terug naar 2% (cijfers zonder lokale diensteneconomie).
In 2008 werkt 65% van de doelgroepwerknemers in een beschutte werkplaats, 16% in de sociale werkplaatsen. Het aandeel van de invoegbedrijven, de arbeidszorginitiatieven en de lokale diensteneconomie bedraagt 10%, 5% en 4%.

Kansengroepen in de sociale economie
Bron: VRIND 2010
Opgesplitst naar kansengroepen blijken laaggeschoolden en personen met een arbeidshandicap duidelijk oververtegenwoordigd in de sociale economie.
Vrouwen zijn eerder ondervertegenwoordigd, behalve in de invoegbedrijven. De situatie van allochtonen varieert per werkvorm. Dat vrouwen sterk in de meerderheid zijn in de invoegbedrijven houdt verband met het feit dat een aanzienlijk aantal invoegbedrijven met dienstencheques werkt. Deze cheques worden voornamelijk gebruikt voor de vergoeding van activiteiten in sectoren waar traditioneel vooral vrouwen werken. In de andere werkvormen zijn vrouwen eerder ondervertegenwoordigd ten opzichte van hun aandeel in de totale werkende bevolking.
Het aandeel van de 50-plussers in de verschillende werkvormen komt vrij goed overeen met hun aandeel in de werkende bevolking. Bij de sociale werkplaatsen ligt het er iets boven, bij de invoegbedrijven iets onder.

Het aandeel laaggeschoolden ligt in alle werkvormen veel hoger dan het aandeel laaggeschoolden in de totale werkende bevolking. Dat is weinig verwonderlijk aangezien bij alle werkvormen de laaggeschoolden een prioritaire doelgroep zijn.
Allochtonen zijn in de invoegbedrijven, sociale werkplaatsen en de lokale diensteneconomie behoorlijk vertegenwoordigd, in de beschutte werkplaatsen duidelijk minder.
De personen met een arbeidshandicap ten slotte zijn in alle werkvormen vrij sterk aanwezig. De beschutte werkplaatsen, waar een handicap een noodzakelijk tewerkstellingscriterium is, halen uiteraard een percentage van 100%.
| Bijlage | Grootte |
|---|---|
| Beleidsbarometer 2010 - De Vlaamse Sociale Economie | 3.41 MB |