Dienstencheques

Printervriendelijke versie

Klik hier voor een lijst van de dienstencheque-ondernemingen sociale economie in onze database

De dienstencheque-maatregel

De maatregel ‘dienstencheques voor huishoudelijke activiteit' ging in 2003 van start. Aanvankelijk stonden zowel de federale als de gewestelijke overheden in voor de financiering ervan. In 2004 werd de maatregel uitsluitend federaal. De invoering van het stelsel van de dienstencheques heeft tot voornaamste doel het creëren van reguliere jobs (en zo de bestrijding van zwartwerk). Een erkende onderneming neemt werknemers in dienst om huishoudelijke hulp thuis bij een particulier of daarbuiten uit te voeren. Elk gepresteerd uur wordt betaald met een dienstencheque. De federale overheid financiert het verschil tussen de reële kostprijs en de chequewaarde.

Welke activiteiten zijn toegelaten?

  • Huishoudhulp: schoonmaken met inbegrip van de ramen, was en strijkwerk, de bereiding van maaltijden, occasioneel verstelwerk. Essentieel is dat het gaat om hulp in de huishouding.
  • Hulp buiten huis kan onder de volgende voorwaarden: boodschappen voor het huishouden, strijkwerk in een strijkatelier (met inbegrip van het verstelwerk aan de te strijken stukken), hulp bij het vervoer van personen die beantwoorden aan bepaalde voorwaarden of van een minderjarig kind, wiens handicap erkend is, van de gebruiker.

Kort samengevat gaat het over allerlei activiteiten die beantwoorden aan de dagelijkse behoeften van de gebruiker. Zijn dus uitgesloten van het systeem: reparatie van een gootsteen, levering van warme maaltijden of meubelen, schilder en behangwerken, tuinonderhoud,...

Hoewel de financiering van de maatregel federaal is, hebben de gewesten wel nog de mogelijkheid om een dienstenchequesysteem uit te bouwen voor andere activiteiten, zoals Vlaanderen heeft gedaan voor de occasionele kinderopvang. Ook kunnen vrouwelijke zelfstandigen die na hun bevallingsverlof hun activiteiten hernemen, sinds 2006 en onder bepaalde voorwaarden, een beroep kunnen doen op dienstencheques "moederschapshulp". Deze hulp vertaalt zich in 105 dienstencheques waarvan de aankoopprijs gedragen wordt door het sociaal verzekeringsfonds voor zelfstandigen.

 

Het aandeel van de sociale economie

Dienstencheques zijn een groot succes en leiden tot meer arbeidsplaatsen en minder zwartwerk. Ook ondernemingen uit de sociale economie zijn ingestapt in het dienstencheque-stelsel. Ongeveer 10% van de dienstenchequeondernemingen in België komen uit de sociale economie. Deze groep van ondernemingen ontwikkelde in het dienstenchequestelsel stelsel een aparte ondernemingschapsvorm in functie van sociale tewerkstelling van kansengroepen. In juli 2007 werkten in België ongeveer 3000 dienstencheques werknemers in meer dan 100 dienstenchequeondernemingen uit de sociale economie.

Drie werkvormen maken gebruik van het stelsel:

 

Driedubbele winst

Dienstenchequeondernemingen uit de sociale economie garanderen sociale tewerkstelling met kwalitatieve opleiding en maximale begeleiding in het kader van duurzame jobs. Met deze aanpak maximaliseren deze ondernemingen het sociale nut van de dienstencheque. Het gebruik van dienstencheque in de sociale economie differentieert zich van de aanpak van interimkantoren en van de pure privé-initiatieven, waar optimalisatie van de winst voorop staat.

Uit verscheidene studies in opdracht van de overheid kan men vermoeden dat dienstenchequeondernemingen uit de sociale economie waarschijnlijk zeer goed scoren op vlak van duurzame jobcreatie, maximaliseren van de tewerkstelling, competentieontwikkeling van de medewerkers en investering in vorming & begeleiding. Maar deze ondernemingen worden niet als specifieke, homogene categorie erkent. In de recente IDEA-rapporten komen de expliciete maatschappelijke meerwaarden van dienstenchequeondernemingen in de sociale economie niet duidelijk naar voren.

Door de dienstencheque in te zetten in de sociale economie, boekt de overheid nochtans driedubbele aanvullende winst:

  • Sociale correctie: aandacht voor invulling van maatschappelijke noden aan poets- en huishoudelijke hulp van zwakkere doelgroepen (alleenstaande senioren, financieel zwakkeren,...) via onder meer sociale tarifiëring.
  • Duurzame activering van kansengroepen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. De investering via dienstencheques en andere ondersteuningsmiddelen is nog steeds gemiddeld 7.000€ goedkoper dan een werkloosheidsuitkering.
  • 100% return aan sociale en economische meerwaarden: een sociale economieonderneming herinvesteert mogelijke opbrengsten in bijkomende sociale tewerkstelling

 

Knelpunten voor de sociale economie

Zowat iedereen kan een dienstenchequeonderneming starten. Meer dan 3000 dienstenchequeondernemingen waren in januari 2009 erkend. Het grote aantal verstrekkers geeft niet altijd een garantie op betrouwbaar ondernemerschap en een kwalitatieve besteding van overheidsgelden.

Door het groeiende gebruik van het aantal gebruikte cheques wordt het huidige systeem duur, te duur. Daarom heeft de overheid in november 2006 zijn inbreng in het systeem met een nieuwe lineaire vermindering teruggebracht tot 20 Euro. Een dienstenchequewerknemer die niet in aanmerking komt voor een loonsubsidie, kost een socialeeconomieonderneming nu reeds meer dan 20 Euro per uur.

Met lineaire besparingsmaatregelen differentieert de overheid binnen het stelsel van de dienstencheque niet naar de verschillende soorten van verstrekkers. Ze zorgen voor een verdere privatisering van het stelsel en een continue verharding van de dienstenchequemarkt en dit naar de klanten, de werknemers en naar de overheid toe. In deze open marktomgeving moet het aanbod van de sociale economie met ongelijke wapens optornen tegen het aanbod van de pure privé initiatieven en de interim kantoren.

VOSEC vindt dat ondernemingen die voorrang geven aan een duurzame jobinvulling voor kansengroepen, onderscheiden moeten worden binnen het stelsel. Daarom heeft VOSEC de overheid gevraagd om concrete resultaatsgaranties op te leggen aan de brede groep van dienstenchequeondernemingen. Zo blijft het stelsel betaalbaar blijft en de duurzame inschakeling van maatschappelijk zwakkeren in het arbeidscircuit via dienstencheques gegarandeerd.