Hoofdstuk 5. EU en sociale economie: twee pragmatische invalshoeken
Sociale economie wordt op verschillende wijzen erkend in de wetgeving en het beleid van de EU-lidstaten: met een specifieke wetgeving voor de sociale-economievormen of met enkele statutaire bepalingen voor sociale-economieorganisaties verspreid over verschillende wetten. Al zijn er ook lidstaten zonder wetgeving aangaande sociale economie.
Voor een volledig overzicht van de bestaande nationale regelingen:
1. The atlas of job creation. Good practices for social inclusion. Febea 2011.
2. Rechstvergelijking van de sociale economie onderneming in Europa. Steunpunt werk en sociale economie. Deel 1. Deel 2. Deel 3 verscheen in november 2010 en wordt nog toegevoegd.
In tegenstelling tot vele lidstaten heeft de Europese Unie sociale economie niet gedefinieerd in haar regelgeving . Voor de Europese regelgever is de finaliteit van de dienstverlening belangrijk en in veel mindere mate de identiteit van de verstrekkers van diensten en producten. Het is geen juridische term op Europees vlak. Daardoor ontbreken expliciete verwijzingen naar sociale economie in de Europese verdragsteksten en de beleidsstrategieën. EU-instellingen worden daardoor op twee punten geconfronteerd met een probleem in verband met de sociale economie: het ontbreken van een definitie en een ontoereikende rechtsbasis.
Toch benadert Europa sociale economie vanuit twee pragmatische invalshoeken: de juridisch-institutionele en vanuit maatschappelijke integratie.