Lokale diensteneconomie
Klik hier voor de lijst van ondernemingen in de lokale diensteneconomie
Wat is lokale diensteneconomie?
Lokale Diensteneconomie beoogt een koppeling van de invulling van lokale noden aan lokale werkgelegenheid voor mensen die moeilijk hun weg vinden naar de arbeidsmarkt. Door demografische en socio-economische ontwikkelingen, ontstaan er talrijke behoeften waaraan momenteel niet of onvoldoende wordt tegemoetgekomen. Lokale diensteneconomie biedt hierop een antwoord. Deze diensten kunnen verleend worden in individuele en collectieve dienstverlening zoals:
- aanvullende thuiszorg
- buurtgerichte kinderopvang
- vervoer- en boodschappendiensten
- energiesnoeiers
- het uitbaten van een fietsenstalling
- sociale restaurants
- groen- en buurtonderhoud
- onderhoud van fiets- en wandelpaden
- buurtsport
Via deze dienstverlening wordt er duurzame tewerkstelling gecreëerd voor personen uit kansengroepen. De werknemers worden intensief begeleid zodat de kwaliteit van de dienstverlening gewaarborgd is. Verder is ook het participatieve karakter van de lokale diensten uniek: niet alleen de klanten en de buurtbewoners worden nauw betrokken bij de dienstverlening, ook de werknemers krijgen inspraak. De dienstverlening is vaak gericht naar een minder gegoed publiek, waardoor de prijzen kunnen variëren naargelang het inkomen van de klant. Het is belangrijk dat deze diensten niet-marktverstorend zijn. Initiatieven in de lokale diensteneconomie moeten aanvullend zijn ten aanzien van het bestaande reguliere dienstenaanbod zowel wat betreft hun specificiteit als hun kostprijs én toegankelijkheid.
Een initiatief lokale diensteneconomie moet volgens het decreet aan volgende inhoudelijke voorwaarden voldoen:
- bijkomende tewerkstelling creëren;
- maximaal inspanningen leveren om kansengroepen aan te werven en gelijkwaardige kansen te bieden in de organisatie;
- garanties bieden inzake kwaliteit van de arbeid voor kansengroepen met het perspectief op duurzaamheid, waarbij bij de organisatie van het werk rekening wordt gehouden met de behoeften van de werknemers;
- stimuleren en bevorderen van doorstroom- en doorgroeimogelijkheden;
- ingebed zijn in het lokale socio-economische weefsel;
- aanvullend zijn ten opzichte van het reeds bestaande aanbod;
- een kwaliteitsvolle en toegankelijke dienstverlening verstrekken;
- aandacht hebben voor milieuzorg;
- als sui-generis afdeling werkzaam zijn ingeval de organisatie nog andere activiteiten heeft dan die in het kader van de lokale diensteneconomie.
Doelgroepwerknemers
Enkel doelgroepwerknemers die bijkomend aangeworven worden, komen in aanmerking voor subsidie. Een doelgroepwerknemer mag max. een diploma HSO hebben en moet minstens één jaar ingeschreven zijn bij de VDAB als niet-werkend werkzoekende.
Ook leefloongerechtigden en gerechtigden op financiële maatschappelijke hulp komen in aanmerking voor subsidie.
Van buurt- en nabijheidsdienst naar Lokale Diensteneconomie
De vroegere buurt- en nabijheidsdiensten werden (deels) omgevormd naar de principes van het decretale kader van de lokale diensteneconomie. Ze moeten omschakelen van een brede experimentele enveloppefinanciering, waarmee zowel werkingskosten als personeelskosten betaald konden worden, naar een gerichte subsidie per doelgroepmedewerker. De Lokale Diensteneconomie bevat niet alleen de vroegere buurt- en nabijheidsdiensten (via experimentenfonds en via actieplannen centrumsteden), maar ook de voormalige collectieve invoegbedrijven. De term Lokale Diensteneconomie verwijst naar aanvullende maatschappelijk relevante diensten die vanuit de gemeente gestuurd, gestimuleerd en opgezet kunnen worden. Het gaat over activiteiten die niet commercieel vermarktbaar zijn.
Niet alle vroegere buurt- en nabijheidsdiensten zijn toegetreden tot de Lokale Diensteneconomie.
Klaverbladmodel als uitgangspunt voor financiering
De ‘win' van deze diensten situeert zich hierdoor niet alleen op verschillende vlakken maar vaak ook binnen verschillende beleidsdomeinen. Vertrekkende van het principe dat een gedeelde verantwoordelijkheid een gedeelde kost met zich meebrengt, heeft de Vlaamse overheid voor de uitbouw van deze diensten gekozen voor een model van klaverbladfinanciering. Dit betekent concreet dat de verschillende belanghebbenden bijdragen in functie van de eigen baten.
- De Vlaamse overheid geeft vanuit het beleidsdomein sociale economie een tussenkomst voor de begeleiding van de werknemers en de participatieve manier van werken;
- de federale overheid komt tussen voor rendementsverlies;
- de dienstverlenende overheid en/of de klant betalen voor de dienstverlening;
- tenslotte wordt er een bijdrage verwacht vanuit de belendende sectoren en beleidsdomeinen. Dit klaverbladmodel is een dynamisch gegeven en wordt naar gelang de aard van de dienstverlening anders ingevuld. Op dit moment zijn er al structurele klaverbladen in het kader van aanvullende thuishulp, occasionele en flexibele kinderopvang, groenjobs, MINA-werkers, toerisme, huisvesting, buurtsport en lijnspotters.
De rol van de lokale overheden als regisseur
In het decreet wordt de regierol van gemeenten gespecifieerd: "De lokale besturen zullen de matching moeten maken tussen enerzijds de lokale noden voor diensteverlening en anderzijds de lokale noden voor werkgelegenheid voor kandengroepen."
Dienstencheques en Lokale Diensteneconomie
In de beginperiode van de dienstencheques werden deze door buurt- en nabijheidsdiensten gebruikt die aanvullende thuishulp aanbieden. Bij het goedkeuren van het decreet Lokale Diensteneconomie werd bepaald dat de combinatie met dienstencheques voor buurt- en nabijheidsdiensten niet meer mogelijk is. Binnen de Europese Dienstenrichtlijn zou dit immers beschouwd kunnen worden als 'concurrentievervalsing'. De meeste van deze buurt- en nabijheidsdiensten hebben daarom een aparte (sui generis) afdeling dienstencheques voor de activiteiten poets- en huishoudhulp. Voor hun andere activiteiten zoals bijvoorbeeld oppasdiensten voor senioren, klusjes, vervoer, boodschappendienst hebben ze een erkenning binnen het decreet Lokale Diensteneconomie.
Wetgevend kader
Het decreet van 21 december 2006 houdende de lokale diensteneconomie met de bijhorende besluiten (5 oktober 2007) tekent het kader waarin de Lokale Diensteneconomie dient te werken.
Het besluit van de Vlaamse regering van 4 juli 2008 regelt de erkenning van initiatieven huisbewaarder in de sociale huisvesting in het kader van de lokale diensteneconomie.
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2008 regelt de erkenning en de subsidiëring van lokale diensten buurtgerichte kinderopvang.
Verwante nieuwsberichten
-
SERV steunt hertekening lokale diensteneconomie
-
Fonds sociale economie Stadsregio Turnhout
-
Open oproep Lokale Diensteneconomie 2011
-
Fototentoonstelling "Wereldbeeld" wegens succes verlengd
-
Regie van sociale economie in Zuid-West-Vlaanderen: een analyse
-
4,5 miljoen euro voor 440 bijkomende arbeidsplaatsen in de sociale economie