Basisnota Elio Di Rupo: wat met sociale economie?

  • 06/07/2011
Printervriendelijke versie

De basisnota van de formateur bevat heel wat interessante punten voor het werkveld sociale economie. We geven u kort een overzicht van de geselecteerde punten. De integrale tekst vindt u in bijlage terug.

Voorafgaande noot:

Het begrip 'sociale economie', zoals gebruikt in de basisnota, verwijst naar het federale arbeidsmarktbeleid en niet naar de definitie die gehanteerd wordt door VOSEC en de Vlaamse overheid (zie http://www.socialeeconomie.be/definitie).

Mochten we elementen over het hoofd hebben gezien, gelieve ons in te lichten via info@vosec.be zodat we die snel kunnen toevoegen.

Alvast bedankt!

 

ONDERNEMINGEN - ALGEMEEN

  • De administratieve lasten die op de bedrijven wegen tegen het einde van de legislatuur met 30% verminderen, en zo verder gaan dan de doelstelling van 25% die de Europese  Small Business Act aanbeveelt. (p. 44)
  • De toegang tot de openbare aanbestedingen vereenvoudigen en de betaaltermijnen voor de overheden  aan bedrijven  verkorten (binnen 30 dagen,  behalve contractuele termijn van maximum 60 dagen), en met een versterkt verwijlintrestenmechanisme. (p. 44)
  • De  federale overheid  zal  meer  sociale en ecologische clausules integreren in alle overheidsopdrachten en  in  het beheer van overheidsmiddelen.  Zij zal de investeringen maximaliseren  om  in openbare gebouwen  energie  te besparen  en het  verplaatsingsplan voor ambtenaren te optimaliseren. (p. 69-70)

 

ONDERNEMINGEN - FISCAAL

  • Binnen de vennootschapsbelasting, zal  de vrijstelling op de meerwaarden voortaan verlopen volgens dezelfde voorwaarden als die voor de dividenden (p. 15)
  • De werkgever zal bij de aanwerving van zijn eerste drie werknemers een vermindering van sociale bijdragen genieten. (p. 43)
  • Om bedrijfskosten te drukken zal men de huidige vrijstelling van de doorstorting van de bedrijfsvoorheffing op de werknemers met een laag en middeninkomen concentreren. (p. 43)
  • Men zal de aftrek van de vennootschapsbelasting en de personenbelasting van investeringen ten gunste van de KMO's reactiveren om ze aan te moedigen om te investeren. (p. 43)
  • Behoud van een voorkeurtarief voor de KMO's  in het kader van het nieuwe stelsel van notionele intresten.(p.43)
  • De Gewesten krijgen de bevoegdheid waarmee ze de bedrijven een belastingskrediet kunnen toekennen die dat van hun aan de federale overheid verschuldigde belastingen kunnen aftrekken. Het belastingskrediet  kan worden toegepast in het kader van de bevoegdheden van de Gewesten om investeringen, werkgelegenheid, onderzoek en innovatie, leefmilieu en vermindering van het energieverbruik te bevorderen. De Gewesten kunnen belastingskredieten ten belope van maximum 5% van de totale vennootschapsbelastingsopbrengst in het betrokken Gewest toekennen. Voor de uitgaven, investeringen of de in aanmerking komende operaties die in België worden verricht, gelden de belastingsregels van het Gewest waar de site, waarmee deze duidelijk verbonden zijn, gevestigd is. En dit, ongeacht de plaats in België waar het bedrijf zijn zetel heeft. (p. 103)

 

ONDERNEMINGEN - SPECIFIEK

  • Modulering van de prijs van de dienstencheques naargelang de aangekochte hoeveelheid en opheffing van hun fiscale aftrekbaarheid, met het oog op het beheersen van hun stijgende begrotingskost (p. 14)
  • Voor producten die op de markt worden gebracht zullen ambitieuze normen  worden opgesteld. Die  producten  zullen  aan  een hoge standaard in milieu-, sociale en gezondheidszorg moeten voldoen, terwijl ze voor iedereen betaalbaar blijven. (p. 70)
  • De  etikettering van  producten zal gestandaardiseerde informatie bevatten over hun  ecologische voetafdruk, hun  herstelbaarheid, hun levensduur en de sociale omstandigheden  waarin ze geproduceerd werden. (p. 70)

 

REGIONALISERING ARBEIDSMARKTBELEID

Doelgroepenbeleid (p. 74-75)

  • Regionalisering van RSZ-kortingen voor doelgroepen en van de activering werkloosheidsuitkeringen. De bevoegdheid voor structurele RSZ-verminderingen blijft federaal.
  • De Gewesten krijgen de volle bestedingsautonomie voor de budgetten (ze kunnen autonoom doelgroepcriteria, het bedrag en de duur van 'categorale' loonkostensubsidies bepalen).  Ze zullen het getransfereerde budget (met inbegrip van de eventuele overschotten) naar goeddunken kunnen gebruiken voor verschillende vormen van arbeidsmarktbeleid in de brede zin (maatregelen inzake loonkosten, opleiding en begeleiding van werkzoekenden, tewerkstellingsprogramma's, ...).
  • RSZ en RVA blijven de enige administratieve en technische operatoren.
  • De federale overheid zal geen nieuwe doelgroepen meer invoeren (noch via vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing, noch via RSZ-kortingen, noch via activering van uitkeringen).
  • Regionalisering van de dienstencheques, met behoud op federaal vlak van de aspecten in verband met het arbeidsrecht, zoals die inzake de arbeidsvoorwaarden in de sector.
  • Overheveling Ervaringsfonds naar de Gewesten.

Arbeidsbemiddeling (p. 75)

  • De Gewesten worden bevoegd voor de programma's voor de arbeidsmarktbegeleiding van leefloners (art. 60 en 61) om ze opnieuw te integreren in de arbeidsmarkt.
  • Uitdoofscenario voor de Plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen (PWA): geen nieuwe instroom. PWA-begeleiders en de bijhorende middelen worden naar de Gewesten overgeheveld.
  • Regionalisering outplacement: het arbeidsrecht blijft federaal (inzonderheid CAO nrs. 51 en 82), maar de Gewesten worden bevoegd voor de inhoudelijke vereisten die niet in cao 51 en 82 vastliggen, voor de terugbetaling van outplacementkosten aan de bedrijven en voor het opleggen van sancties aan werkgevers bij gebrek aan outplacement.

Sociale economie (p. 76)

Overheveling van programma's:

  • startbaanovereenkomsten in kader van globale projecten: naar de Gemeenschappen en Gewesten
  • start-  en stagebonus voor de stagiaires uit het alternerend onderwijs: naar de Gewesten
  • werkhervattingstoeslag voor oudere werklozen en eenoudergezinnen: naar de Gewesten
  • overige federale programma's sociale economie: naar de Gewesten

Budgettaire overheveling arbeidsmarktbeleid (selectie uit tabel, p. 90-91)

Bevoegdheid

Bedrag (miljoen)

1. Arbeidsmarkt

4.392,3

RSZ Kenmerken werknemer

687,3

Oudere werknemers

338,0

Jonge werknemers

105,0

Langdurig werkzoekend

155,0

Herstructurering

10,9

Risicogroepen (laaggeschoolde jongeren)

40,0

WEP/DSP

12,8

SINE

25,6

Rest

2.038,5

Art 60/61

138,7

Controle beschikbaarheid

38,0

PWA (beambten en werkingskosten)

35,0

Betaald Educatief Verlof

83,9

Startbanen

12,6

Stage-en startbonus

24,0

Outplacement

4,5

Loopbaanonderbreking excl. federaal en onderwijs

82,0

Loopbaanonderbreking onderwijs

121,0

Jongerenbonus non-profit (RSZ)

25,9

Werkhervattingstoeslag

29,0

Dienstencheques (enkel deel SZ)

1.444,0

1ste pakket sociale economie

19,3

BijlageGrootte
201107 04 Basisnota Elio Di Rupo.pdf1.15 MB

Verwante artikels