Basisnota Elio Di Rupo: wat met sociale economie?
De basisnota van de formateur bevat heel wat interessante punten voor het werkveld sociale economie. We geven u kort een overzicht van de geselecteerde punten. De integrale tekst vindt u in bijlage terug.
Voorafgaande noot:
Het begrip 'sociale economie', zoals gebruikt in de basisnota, verwijst naar het federale arbeidsmarktbeleid en niet naar de definitie die gehanteerd wordt door VOSEC en de Vlaamse overheid (zie http://www.socialeeconomie.be/definitie).
Mochten we elementen over het hoofd hebben gezien, gelieve ons in te lichten via info@vosec.be zodat we die snel kunnen toevoegen.
Alvast bedankt!
ONDERNEMINGEN - ALGEMEEN
- De administratieve lasten die op de bedrijven wegen tegen het einde van de legislatuur met 30% verminderen, en zo verder gaan dan de doelstelling van 25% die de Europese Small Business Act aanbeveelt. (p. 44)
- De toegang tot de openbare aanbestedingen vereenvoudigen en de betaaltermijnen voor de overheden aan bedrijven verkorten (binnen 30 dagen, behalve contractuele termijn van maximum 60 dagen), en met een versterkt verwijlintrestenmechanisme. (p. 44)
- De federale overheid zal meer sociale en ecologische clausules integreren in alle overheidsopdrachten en in het beheer van overheidsmiddelen. Zij zal de investeringen maximaliseren om in openbare gebouwen energie te besparen en het verplaatsingsplan voor ambtenaren te optimaliseren. (p. 69-70)
ONDERNEMINGEN - FISCAAL
- Binnen de vennootschapsbelasting, zal de vrijstelling op de meerwaarden voortaan verlopen volgens dezelfde voorwaarden als die voor de dividenden (p. 15)
- De werkgever zal bij de aanwerving van zijn eerste drie werknemers een vermindering van sociale bijdragen genieten. (p. 43)
- Om bedrijfskosten te drukken zal men de huidige vrijstelling van de doorstorting van de bedrijfsvoorheffing op de werknemers met een laag en middeninkomen concentreren. (p. 43)
- Men zal de aftrek van de vennootschapsbelasting en de personenbelasting van investeringen ten gunste van de KMO's reactiveren om ze aan te moedigen om te investeren. (p. 43)
- Behoud van een voorkeurtarief voor de KMO's in het kader van het nieuwe stelsel van notionele intresten.(p.43)
- De Gewesten krijgen de bevoegdheid waarmee ze de bedrijven een belastingskrediet kunnen toekennen die dat van hun aan de federale overheid verschuldigde belastingen kunnen aftrekken. Het belastingskrediet kan worden toegepast in het kader van de bevoegdheden van de Gewesten om investeringen, werkgelegenheid, onderzoek en innovatie, leefmilieu en vermindering van het energieverbruik te bevorderen. De Gewesten kunnen belastingskredieten ten belope van maximum 5% van de totale vennootschapsbelastingsopbrengst in het betrokken Gewest toekennen. Voor de uitgaven, investeringen of de in aanmerking komende operaties die in België worden verricht, gelden de belastingsregels van het Gewest waar de site, waarmee deze duidelijk verbonden zijn, gevestigd is. En dit, ongeacht de plaats in België waar het bedrijf zijn zetel heeft. (p. 103)
ONDERNEMINGEN - SPECIFIEK
- Modulering van de prijs van de dienstencheques naargelang de aangekochte hoeveelheid en opheffing van hun fiscale aftrekbaarheid, met het oog op het beheersen van hun stijgende begrotingskost (p. 14)
- Voor producten die op de markt worden gebracht zullen ambitieuze normen worden opgesteld. Die producten zullen aan een hoge standaard in milieu-, sociale en gezondheidszorg moeten voldoen, terwijl ze voor iedereen betaalbaar blijven. (p. 70)
- De etikettering van producten zal gestandaardiseerde informatie bevatten over hun ecologische voetafdruk, hun herstelbaarheid, hun levensduur en de sociale omstandigheden waarin ze geproduceerd werden. (p. 70)
REGIONALISERING ARBEIDSMARKTBELEID
Doelgroepenbeleid (p. 74-75)
- Regionalisering van RSZ-kortingen voor doelgroepen en van de activering werkloosheidsuitkeringen. De bevoegdheid voor structurele RSZ-verminderingen blijft federaal.
- De Gewesten krijgen de volle bestedingsautonomie voor de budgetten (ze kunnen autonoom doelgroepcriteria, het bedrag en de duur van 'categorale' loonkostensubsidies bepalen). Ze zullen het getransfereerde budget (met inbegrip van de eventuele overschotten) naar goeddunken kunnen gebruiken voor verschillende vormen van arbeidsmarktbeleid in de brede zin (maatregelen inzake loonkosten, opleiding en begeleiding van werkzoekenden, tewerkstellingsprogramma's, ...).
- RSZ en RVA blijven de enige administratieve en technische operatoren.
- De federale overheid zal geen nieuwe doelgroepen meer invoeren (noch via vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing, noch via RSZ-kortingen, noch via activering van uitkeringen).
- Regionalisering van de dienstencheques, met behoud op federaal vlak van de aspecten in verband met het arbeidsrecht, zoals die inzake de arbeidsvoorwaarden in de sector.
- Overheveling Ervaringsfonds naar de Gewesten.
Arbeidsbemiddeling (p. 75)
- De Gewesten worden bevoegd voor de programma's voor de arbeidsmarktbegeleiding van leefloners (art. 60 en 61) om ze opnieuw te integreren in de arbeidsmarkt.
- Uitdoofscenario voor de Plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen (PWA): geen nieuwe instroom. PWA-begeleiders en de bijhorende middelen worden naar de Gewesten overgeheveld.
- Regionalisering outplacement: het arbeidsrecht blijft federaal (inzonderheid CAO nrs. 51 en 82), maar de Gewesten worden bevoegd voor de inhoudelijke vereisten die niet in cao 51 en 82 vastliggen, voor de terugbetaling van outplacementkosten aan de bedrijven en voor het opleggen van sancties aan werkgevers bij gebrek aan outplacement.
Sociale economie (p. 76)
Overheveling van programma's:
- startbaanovereenkomsten in kader van globale projecten: naar de Gemeenschappen en Gewesten
- start- en stagebonus voor de stagiaires uit het alternerend onderwijs: naar de Gewesten
- werkhervattingstoeslag voor oudere werklozen en eenoudergezinnen: naar de Gewesten
- overige federale programma's sociale economie: naar de Gewesten
Budgettaire overheveling arbeidsmarktbeleid (selectie uit tabel, p. 90-91)
|
Bevoegdheid |
Bedrag (miljoen) |
|
|
|
|
1. Arbeidsmarkt |
4.392,3 |
|
RSZ Kenmerken werknemer |
687,3 |
|
Oudere werknemers |
338,0 |
|
Jonge werknemers |
105,0 |
|
Langdurig werkzoekend |
155,0 |
|
Herstructurering |
10,9 |
|
Risicogroepen (laaggeschoolde jongeren) |
40,0 |
|
WEP/DSP |
12,8 |
|
SINE |
25,6 |
|
|
|
|
Rest |
2.038,5 |
|
Art 60/61 |
138,7 |
|
Controle beschikbaarheid |
38,0 |
|
PWA (beambten en werkingskosten) |
35,0 |
|
Betaald Educatief Verlof |
83,9 |
|
Startbanen |
12,6 |
|
Stage-en startbonus |
24,0 |
|
Outplacement |
4,5 |
|
Loopbaanonderbreking excl. federaal en onderwijs |
82,0 |
|
|
|
|
Loopbaanonderbreking onderwijs |
121,0 |
|
Jongerenbonus non-profit (RSZ) |
25,9 |
|
Werkhervattingstoeslag |
29,0 |
|
Dienstencheques (enkel deel SZ) |
1.444,0 |
|
|
|
|
1ste pakket sociale economie |
19,3 |
|
|
|
| Bijlage | Grootte |
|---|---|
| 201107 04 Basisnota Elio Di Rupo.pdf | 1.15 MB |
Verwante artikels
Verwante nieuwsberichten
-
Quadrant platform: Actiegericht aan de slag met Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.
-
Vlaamse Regering lanceert maatregelen om ondernemerschap te stimuleren
-
Aanbeveling Vlaams Parlement beleidsbrief Sociale Economie 2010-2011
-
Sociale economie, economie met een sterke sociale finaliteit
-
Sociale economie en sociale huisvesting werken samen