Beleidsnota 2000-2004 werkgelegenheid
Als Vlaams minister van Werkgelegenheid en Toerisme stel ik u mijn beleidsnota "Naar duurzame werkgelegenheid in de actieve welvaartsstaat" voor. De titel onthult de ambitie die ik de komende jaren mee wil waarmaken: een actieve welvaartsstaat die alle burgers ongeacht hun afkomst en aanleg laat participeren aan de samenleving door duurzame werkgelegenheid. Als concreet te realiseren doelstelling binnen deze legislatuur willen we de werkzaamheidsgraad optrekken van 59.5% naar 65%. Dit betekent dat er 150.000 netto-banen moeten worden gecreëerd tegen 2004. Daarmee zal Vlaanderen tot het Europees koppeloton behoren en is er een stevige basis gelegd voor de uitbouw van de actieve welvaartsstaat. Maar er is veel meer dan deze kwantitatieve doelstelling. Duurzame werkgelegenheid is voor ons ook volwaardige werkgelegenheid. Een baan die ontplooiing, arbeidsvreugde, een goed inkomen, een evenwichtig gezinsleven en vrije tijd kan garanderen. Kortom ook de kwaliteit van de werkgelegenheid en van het individu staat in de beleidsvisie centraal.
Deze beleidsnota formuleert ambitieuze doelstellingen. Het is een bewuste keuze om de grenzen van het politiek project zo ver mogelijk te leggen Als minister van Werkgelegenheid zal ik maximaal de voorwaarden scheppen om dit waar te maken. Het moet evenwel van bij de aanvang duidelijk zijn dat deze opdracht niet alleen een uitdaging vormt voor de gehele Vlaamse regering, maar ook voor de voornaamste beleids- en werkveldactoren. In dat kader pleit ik vooreerst voor de institutionalisering van het sociaal overleg in Vlaanderen. Daarom onderschrijf ik ook de oproep om een Vlaamse Consensus Conferentie te houden waaraan de politieke verantwoordelijken, de sociale partners en alle andere maatschappelijke krachten zoals de NGO-sector, de academische wereld en de media deelnemen. Deze Conferentie moet leiden tot een gemeenschappelijk sociaal-economisch project voor het Vlaanderen van de 21e eeuw, dat welvaart en welzijn wil bieden voor al zijn burgers, dat insluit in plaats van uitsluit, dat steunt op een harmonieus samenspel tussen een performant economisch bestel en een degelijk sociaal systeem. Deze beleidsnota beschouw ik als een insteek, een aanzet tot dialoog en consensusvorming voor deze Conferentie.
Deze beleidsnota bevat twee grote delen : een referentiekader en een strategisch programma. Beide delen zijn onlosmakelijk met mekaar verbonden. Het referentiekader, dat het eerste deel uitmaakt, bevat een beknopte sociaal-economische historiek, een bredere omgevingsanalyse en onze visie op werkgelegenheid en arbeid. Bij de verwoording van deze visie hebben wij bewust geopteerd voor een politiek-ethisch denkraam dat de houvast moet bieden voor het strategisch programma en de verdere uitwerking van het beleid in de diepte moet schragen. Dit denkraam bevat ook de missie en de vier strategische kerndoelstellingen van het Vlaams werkgelegenheidsbeleid. Van daaruit wordt een strategisch programma, het tweede deel van de beleidsnota, gelanceerd. Hierin doen we niet alleen een oproep naar alle actoren om een appellerend sociaal-economisch project vorm te geven, maar formuleren we ook in een achttal hoofdstukken de voornaamste thema's met de eerste stappen naar concrete beleidsvertaling. Deze hoofdstukken zijn opgehangen aan de uitdagingen die in het Vlaamse regeerakkoord vermeld zijn, maar moeten evenzeer samengelezen worden. Wij opteren immers niet voor een versneden, maar voor een samenhangend werkgelegenheidsbeleid. Waar mogelijk worden de hoofdstukken geïllustreerd met reeds nieuwe beleidsinitiatieven.
Deze beleidsnota overkoepelt de gehele legislatuur en zal daarom niet als een statisch gegeven opgevat worden. Jaar na jaar zullen we via de beleidsbrieven deze nota verder concretiseren en aanpassen in functie van nieuwe uitdagingen en nieuwe impulsen in het werkveld.
Deze beleidsnota is de vrucht van een dubbel proces. Vooreerst werd een strategisch planningsproces opgestart dat resulteerde in het Strategisch Plan Werkgelegenheid 2000- 2004, dat als bijlage aan deze nota is toegevoegd. Aan deze oefening namen niet alleen vertegenwoordigers van de onder mijn bevoegdheid ressorterende organisaties deel, maar ook van de SERV en de twee meest belendende beleidsdomeinen "onderwijs" en "economie". Daarmee is al aangegeven dat het werkgelegenheidsbeleid niet geïsoleerd vanuit mijn domein kan gevoerd worden, maar een horizontale opdracht is die de medewerking van velen vraagt.
Daarnaast hebben mijn medewerkers en ikzelf het Strategisch Plan omgezet in een politiek kader dat uitvoering geeft aan het Vlaamse regeerakkoord en de politieke grondslag bevat van het werkgelegenheidsbeleid van de komende jaren. Bij dit tweede proces kon ik niet alleen terugvallen op de expertise van mijn directe medewerkers die allen uit diverse werkvelden van het werkgelegenheidsbeleid gerecruteerd werden, maar ook op de input van allerlei organisaties die ik ontmoette op luisterbezoeken, panelgesprekken, hoorzittingen en conferenties. Verder werden ook de resultaten van het VIONA-arbeidsmarktonderzoek gevaloriseerd.
Ik hoop dan ook dat velen zich herkennen in de uitdagingen en beleidslijnen van deze beleidsnota. Dit zal de aanvaarding van een gemeenschappelijk appellerend sociaaleconomisch project vergemakkelijken en een stevige basis leggen voor de actieve Vlaamse welvaartsstaat.