Passwerk bouwt succesverhaal op positieve invulling van autismespectrumprofiel

Dirk Rombaut had niets met autisme toen hij negen jaar geleden gevraagd werd als commercieel directeur het bedrijf Passwerk mee op te starten. “Maar nadat we een tijd bezig waren, ben ik besmet geraakt door autisme. Mensen met een autismespectrumprofiel hebben bijzondere kwaliteiten in bepaalde werkomgevingen, en daar bouwden wij het succesverhaal van Passwerk op. Maar het is vooral hun authenticiteit die me gepakt heeft.”

Passwerk is een succesverhaal in sociaal ondernemerschap: winstgevend door diensten te bieden waar reële vraag naar is, maar die noch door de markt, noch door de overheid wordt ingevuld. De convergence market noemt Dirk Rombaut het. Maar het is daarnaast ook een verhaal over hoe je mensen aanspreekt op hun competenties, waar elke HR-manager en bedrijfsleider van kan leren.

In de nieuwe kantoren van Passwerk vlakbij het station van Antwerpen Berchem heersen een rust en een orde die je niet gewoon bent van kantooromgevingen. Aan een grote natuurhouten tafel in het midden van de centrale open ruimte zitten vier jobcoaches met gedempte stem te vergaderen. In sobere, afgesloten ruimtes werken medewerkers geconcentreerd aan computerschermen. Alles heeft hier zijn plaats; er is nauwelijks iets dat rondslingert.

Passwerk helpt mensen met een autismespectrumprofiel aan het werk als softwaretester of binnen quality assurance, meestal ter plaatse bij klanten. De typische klanten van Passwerk zijn grote bedrijven die software voor zichzelf ontwikkelen, bedrijven die software aankopen en willen aanpassen, bedrijven die software ontwikkelen voor verkoop en integratoren. Onder meer de bank Belfius en verzekeraar Baloise, de Federale Overheidsdienst Financiën en RSVZ, het farmaceutisch bedrijf UCB, de MIVB, de telecombedrijven Proximus en Verizon en de ontwikkelaar van software voor contactcenters MyForce doen een beroep op de diensten van Passwerk.

Binnenkort bestaan jullie tien jaar. Hoe zijn jullie gestart? Wat was de visie?

Dirk Rombaut: “De kiem ontstond ongeveer gelijktijdig en onafhankelijk van elkaar bij GOB De Ploeg en de VDAB. Mensen van De Ploeg, een Gespecialiseerd Opleidings-, Begeleidings- en Bemiddelingscentrum (GOB) dat zich inzet om mensen met een arbeidshandicap te ondersteunen bij hun professionele integratie in het reguliere arbeidscircuit, hadden kennis gemaakt met een initiatief in Nederland die mensen met een autismespectrumprofiel plaatsten bij reguliere bedrijven. Ze begonnen te brainstormen over de oprichting van een gelijkaardig bedrijf in België. Tegelijk werd de VDAB geconfronteerd met reële vragen uit het arbeidscircuit. De twee kwamen samen en in februari 2008 werd Passwerk opgericht als cvba-so, een coöperatieve vennootschap met sociaal oogmerk.

Omdat we een vragende markt zagen voor softwaretesting en kwaliteitsopdrachten werken wij vooral met mensen die analytisch sterk zijn. Andere autismespectrumprofielen, die dan weer sterk zijn in visuele herkenning, worden bijvoorbeeld ingezet voor de analyse van satellietbeelden.

De visie is steeds geweest om een match te maken tussen reële noden op de arbeidsmarkt en bestaande competenties bij mensen met een autismespectrumprofiel. We willen de maatschappelijke verspilling tegengaan die ontstaat wanneer wij, de “neurotypischen” zoals zij ons noemen, die mensen vanuit onze vooroordelen in hun hoekje blijven zetten.”

Wat bedoel je daarmee?

“Dat het je reinste onzin is om mensen met een autismeprofiel niet te integreren. Tien jaar geleden was de prevalentie van autisme vijf op tienduizend. Vandaag is dat, onder meer door betere en vroegere diagnose, 1 op 67. Die dertigmaal grotere zichtbaarheid maakt dat we in onze werkomgeving en in de maatschappij vrijwel allemaal vroeg of laat geconfronteerd worden met autismespectrumprofielen en dat we ons zouden moeten aanpassen. Maar ik denk niet dat we daar klaar voor zijn.

Het begint al bij het onderwijs, natuurlijk. Ik ben nauw betrokken bij een privé-initiatief in Diest, De Lift, dat zeer specifieke opleidingen op maat geeft en daarom niet erkend is, wegens niet-invulling van de eindtermen, en dat ook redelijk duur is. We maakten daar het verhaal mee van een zestienjarige jongen die niet meer naar school wilde en kon gaan. Hij was weggestuurd in het gewone onderwijs en verveelde zich in het BSO. Zijn ouders waren niet welgesteld, maar we hebben een oplossing gevonden. Die jongen heeft cursussen programmeren in Java gevolgd, is daar een crack in geworden en heeft nu vast werk bij een bedrijf binnen de Cronos-groep, een groot softwarebedrijf. Kan je je voorstellen? Hij zou anders wellicht levenslang van een vervangingsinkomen hebben moeten leven. Wat een verspilling! En waar blijft het recht op onderwijs?

Wat in het onderwijs de eindtermen zijn, is op de arbeidsmarkt een job beschrijving. Het is een vertrekpunt dat vaak leidt tot een oneerlijk proces in rekrutering en selectie. Men stelt eerst een ideaalprofiel op, gaat dan op zoek naar een witte raaf, moet dan toegevingen doen op het profiel, maar later in de werkomgevingen worden die toegevingen vergeten.

Wij keren dat proces om: we zoeken eerst naar de sterke kanten van een potentiële werknemer en maken van daaruit de jobinvulling. We spreken mensen eerst aan op hun competenties en gaan van daaruit met maatwerk en competentiemanagement de werkomgeving aanpassen aan de competenties.

Wij vragen dus eerst: Wat kan iemand wél? Waarin kan iemand uitblinken? Bij mensen met een autismespectrumprofiel is dat vaak zeer analytisch werken en denken in termen van scripts. Vandaar dus softwaretesting, maar dan in een omgeving en met de hulpmiddelen die hun enorme concentratie bevordert, niet verstoort, en met de juiste coaching. Het is een aanpak die breder ingang zou moeten vinden. Neem die paar procenten weg waarin een werknemer niet goed functioneert. Iedereen heeft toch zoiets?

Een businessunit manager bij een grote software-integrator zei me dat hij jaloers was op hoe wij job coaching deden. “Doe het dan ook,” daagde ik hem uit. Anderhalf jaar later kwam ik hem tegen. “Dat werkt dus fantastisch,” wist hij me te vertellen.”

"Iedereen moet op zijn eigen manier volledig tot zijn recht kunnen komen. Wij passen onze organisatie aan aan hun behoeften, niet zij aan ons."

Hoe gaan jullie dan concreet te werk om mensen te vinden en te plaatsen?

“Mensen komen bij ons via zeer diverse kanalen. We hebben de jongste jaren nogal wat persaandacht gekregen en dat helpt. Een kandidaat heeft een eerste gesprek met twee jobcoaches, waarin we ten eerste peilen naar een aantal basiscriteria zoals kennis van Engels en interesse in informatica en of hij zich autonoom kan verplaatsen, en ten tweede nagaan of de persoon begeleidbaar is en autisme een plaats gegeven heeft. Iemand met een IQ van 150 maar die alles beter weet, zal moeilijker door die eerste ronde komen. In dat eerste gesprek geven we ook al informatie over de mogelijke jobs.

Dan gaan we in een tweede ronde grondig de persoonlijkheid van kandidaten testen en hun intellectueel potentieel, op niveau bachelor of master. Op het einde volgt een beslissing of de kandidaat mag doorgaan naar een assessment van twee weken waarin we de impact van autisme, de draagkracht en de specifieke competenties testen. Van het twintigtal mensen dat typisch start in de eerste ronde gaat er doorgaans een zevental door naar het assessment. Uiteindelijk worden de mensen meteen geplaatst bij een klant, dat kan op een specifiek project of op vastere basis, of komen ze nog een tijd bij ons “op de bank”.

Bij klanten doen we eerst een site survey. We peilen naar de inhoud van de job en naar de cultuur van het bedrijf en brengen een hele reeks prikkels in kaart. Mensen met een autismespectrumprofiel kunnen overgevoelig zijn aan zeer diverse prikkels, van een schouderklopje tot visuele of auditieve prikkels. We stellen de klant dan oplossingen voor om die prikkels weg te nemen. Vaak komen we tegen dat klanten in het begin weigerachtig zijn om aanpassingen door te voeren, maar dat ze nadien zelf komen vragen hoe ze de werkomgeving kunnen optimaliseren. Voor mensen met een autismespectrumprofiel zijn drie dingen belangrijk, in een werkomgeving maar ook elders: structuur, duidelijkheid en voorspelbaarheid. Bedrijven zien snel dat ze daar ook voordeel mee doen.

Enkele weken voordat een kandidaat start, geven we ook een presentatie op het bedrijf over de impact van autisme. De Rain Man clichés doorprikken, zeg maar. Anderzijds bereiden we ook de kandidaat voor. “’s Ochtends kust iedereen daar iedereen. Dat hoef jij niet te doen.” Op de eerste werkdag gaat de jobcoach mee. Daarna gaat de coach nog wekelijks of tweewekelijks langs en kan er dagelijks contact zijn via telefoon of mail, vooral om de stressbeleving op te volgen.”

Wat heeft de klant eraan? Komen bedrijven niet vooral bij jullie terecht om hun imago van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) op te poetsen?

“Neen! Bij prospectie merk ik wel dat bedrijven gevoelig zijn voor het MVO-aspect. Maar ik zoek samen met hen of wij de dienstverlening kunnen bieden die zij nodig hebben. Anders moeten ze maar op een rekening storten. De markt wil een goede dienstverlening tegen een correcte prijs. En dat willen wij leveren. De meerwaarde houden we meestal als verrassing. Klanten zeggen ons na enkele maanden vaak: “Bedankt hoor, je hebt ons de beste gestuurd.” Maar dat zeggen ze allemaal.”

Passwerk kan dus op eigen kracht groeien?

“Jazeker. Al van in het begin. We dachten 320.000 euro kapitaal nodig te hebben. Dat hebben we bij verschillende partijen in de profit en non-profit gevonden. Tevens hebben we de belofte gekregen van het Fonds ter Bevordering van de Sociale Economie in Vlaanderen om onze verliezen gedurende de eerste drie jaren te compenseren beperkt tot een bepaald bedrag. Maar hoewel het voor ons fijn en belangrijk was dat andere mensen ook in ons project geloofden, hebben we enkel de eerste schijf nodig gehad. We waren break-even na 10 maanden, in plaats van de drie jaar in het oorspronkelijke businessplan.

Twee jaar geleden openden we een vestiging in Limburg, omdat we vastgesteld hadden dat we dicht bij de lokale business moesten zitten om succes te hebben. West-Vlaanderen lukte voorlopig nog niet. Beetje wantrouwige mentaliteit tegenover externe consultants daar, maar ook een zeer kwalitatieve uitstroom van afgestudeerden in de informatica die graag lokaal aan de slag willen. En heel onlangs verhuisden we in Antwerpen naar dit kantoor in Berchem.

We werken nu met 65 medewerkers uit de doelgroep en zeven jobcoaches; we zijn op zoek naar een achtste coach en starten binnenkort een nieuwe assessmentronde. Heel onlangs richtten we Top Resources Plus op, waarmee we de markt gaan verkennen voor profielen buiten software- en quality assurance. We hebben gemerkt dat er zowel bij kandidaten als in de markt vraag is naar profielen voor programmeurs, en specialisten in domeinen zoals business intelligence en big data van niveau masters.

Ik denk dat we daarnaast nog andere diversificatiemogelijkheden hebben. Van kandidaten met een autismespectrumprofiel voor ICT naar kandidaten met aan autismespectrumprofiel buiten ICT. Met de kennis en ervaring die we verworven hebben, zouden we ook kunnen uitbreiden naar andere profielen met een afstand tot de arbeidsmarkt, met een andere arbeidshandicap of vluchtelingen bijvoorbeeld. We hebben stilaan ook voldoende bagage om consulting te geven over jobcoaching. Maar voorlopig zijn we voorzichtig. Schoenmaker blijf bij je leest.

We zijn anderzijds wel open source: we delen graag onze ervaringen en methodologieën met mensen met goede bedoelingen. Het Duitse Auticon en een Canadees bedrijf Meticulon mochten gratis onze methodologieën komen halen. We zijn in gesprek met een Keniaans en een Russisch bedrijf, al is de culturele vertaalslag daar wat moeilijker.”

Wat bedoel je als je zegt dat jullie actief zijn in de convergence market?

“Dat niet winst onze eerste trigger is, maar maatschappelijke meerwaarde. Maar dat we ook wel beseffen dat koken geld kost. We lossen noden op die vooralsnog noch door de markt, noch door de overheid worden opgelost. En we doen dat op eigen kracht.

De bedrijfsstructuur die we gekozen hebben, een cvba-so of coöperatieve vennootschap met sociaal oogmerk, biedt daarvoor het perfecte kader. We hebben A-aandeelhouders die de markt vertegenwoordigen en B-aandeelhouders die de doelgroep vertegenwoordigen, maar elke aandeelhouder heeft maximaal 10 procent stemrecht, ongeacht zijn aandeelhouderschap. We hebben nog nooit winst uitgekeerd, maar storten elk jaar ongeveer 50.000 euro in het fonds ICT Community for Autism Spectrum Disorder, dat we zelf mee oprichtten in de schoot van de Koning Boudewijnstichting.

Daarnaast zijn we heel actief in de bewustmaking en het maatschappelijk debat rond autisme. We hebben een jaarlijkse Passwerk-prijs, die bijvoorbeeld al werd uitgereikt aan een architecte die een studie had gedaan over het aanpassen van woon- en werkruimte voor mensen met een autismespectrumprofiel. Voor de viering van ons tienjarig bestaan reiken we een Passwerk Lifetime Achievement Award uit, met als prijs een uitgeschreven biografie. Om ons beter te verankeren in de markt stellen we een adviescomité samen met CEO’s en CIO’s van grote bedrijven, waarbij we elkaar elk jaar streng wederzijds evalueren op toegevoegde waarde.”

"Wij zijn actief op de convergence market, waar de sociale en economische factoren samenkomen."

Waar blijf jij je drive vandaan halen?

Ik heb een sociaal profiel en geloof in veranderbaarheid. Toen de eerste brainstorms over de opstart van Passwerk bezig waren, werkte ik bij de VDAB. Mijn toenmalige chef vroeg me of ik geen zin had het bedrijf mee op te starten. Mijn eerste reactie was afwijzend. Ik wist niets van autisme en weinig van de IT-sector. Maar de kans om mee aan de wieg te staan van een nieuw bedrijf en tegelijk maatschappelijke meerwaarde te realiseren was te mooi. Dus stapte ik mee in als commercieel directeur.

De IT-sector heb ik snel genoeg leren kennen. En autisme: dat heeft me besmet. Ik heb heel snel hun bijzondere kwaliteiten in bepaalde werkomgevingen naar waarde leren schatten, ook als commercieel argument. Maar het is vooral de authenticiteit van mensen met een autismespectrumprofiel die me raakt, nog steeds.

De chef van een van onze werknemers bij een klant had iets te bespreken met hem en vroeg of hij mee iets ging drinken. “Neen, dank u. Ik heb geen dorst,” was het antwoord. Soms zou je toch willen dat iedereen wat meer van die directheid en openheid had?

"Hun authenticiteit zet mij in beweging, elke dag opnieuw"

Waar zie je Passwerk en de sector van de sociale economie staan binnen nog eens tien jaar?

Wat Passwerk zelf betreft, gaan we het gewoon stap voor stap blijven doen. Als ik toch een voorspelling zou durven doen: ik denk dat organisaties zoals Passwerk binnen tien jaar deel zullen uitmaken van een natuurlijker netwerk van organisaties die mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt op de markt helpen. In de “ja, maar” die we nu nog vaak te horen krijgen, zal de “maar” verdwenen zijn, omdat we met zijn allen grenzen durven opzoeken en doorbreken.

De klassieke sociale economie is volgens mij subsidieverslaafd en heeft een gebrek aan ondernemerszin. Er zijn natuurlijk wel uitzonderingen. Of laat me dat positief formuleren: de sector zou moeten streven naar meer autonomie en ondernemerschap. Ik begrijp hoe het zo gegroeid is. Maar de bedrijven uit de sector maken zich te afhankelijk van politieke oplossingen, die wisselend kunnen zijn, en dat remt hen in hun groei en dynamisme. Sociaal ondernemerschap betekent voor mij: je als burger afvragen wat je kan doen en zorgen dat je dat onafhankelijk en op eigen kracht kan doen.

Bedrijven uit de sector van de sociale economie krijgen het moeilijk en dat zal misschien heilzaam werken. Maar ik vrees dat de meesten onder hen er niet klaar voor zijn. In die toestand de subsidiekraan dichtdraaien is schandalig.

Ik zie anderzijds ook tekenen van hoop en een nieuw dynamisme. Organisaties zoals de Sociale Innovatiefabriek doen goed werk. Er beweegt wat in de sector van de financiering van sociaal ondernemerschap. En ik zie meer en meer startups die hun doel om maatschappelijke meerwaarde te realiseren onderstutten met een degelijk businessplan en voldoende commerciële flair.

> Benieuwd naar het verhaal achter Bewel, het grootste bedrijf van Limburg? Lees het hier