Steeds meer mensen aan de slag in non-profitsector

De non-profitsector, waar ook de sociale economie toe behoort, wordt alleen maar belangrijker als werkgever. In 2009 tot en met 2014 was de sector in totaliteit goed voor 45.000 nieuwe banen.

Instellingen zonder winstoogmerk (izw’s) worden steeds belangrijker in de Belgische economie. In 2014 waren ze goed voor 5,4 procent van het bbp. Op de arbeidsmarkt zijn ze nog belangrijker: 467.000 mensen werkten dat jaar in de sector, zo’n 12 procent van de werknemers, blijkt uit een studie van de Koning Boudewijnstichting en de Nationale Bank.

In 2009 tot en met 2014 was de sector goed voor 45.000 nieuwe banen. Tijdens die post-crisisjaren was het vooral de non-profit (twee op de drie) die jobs schiep. Het gaat onder andere om vzw’s, verspreid over verschillende domeinen, waarvan de gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening met voorsprong de grootste zijn – in Vlaanderen nog meer dan in Brussel en Wallonië. Ook jeugdbewegingen, vakverenigingen en politieke partijen vallen onder de non-profit, overheidsadministraties niet.

‘Het is niet omdat de non-profit deels afhankelijk is van subsidies dat ze geen toegevoegde waarde en welvaart creëert, integendeel’, benadrukt Jan Smets, gouverneur van de Nationale Bank. ‘Al blijft de privésector natuurlijk een stuk belangrijker voor de budgettaire gezondheid van ons land.’

Smets wijst erop dat de non-profit ook de komende jaren zal blijven groeien. De vergrijzing zal de groei van de gezondheidszorg verder stuwen.
De werkgeversorganisatie Verso hoopt dat socialprofit-ondernemers dan ook voldoende ruimte krijgen om hun groeipotentieel waar te maken. Een nieuw intersectoraal akkoord is daarvoor essentieel.  

Bron: De Standaard