Rising You[th] focust op kracht in jonge vluchtelingen

Benjamin Gérard wil helemaal niets afdoen aan het drama van de vluchtelingen. De schrijnende tv-beelden raken hem ook. Maar in zijn contacten met jonge vluchtelingen ontdekte hij ook een grote kracht. “Wij focussen op die kracht, niet op het trauma.” Met zijn project Rising You[th], waarmee hij vluchtelingen en andere jongeren een opstap naar uitdagend werk in rope access biedt, wil hij niet in de zorg of de sociale economie geklasseerd worden, maar als sociaal ondernemer. “Met de voeten op de grond, het hart op de juiste plaats en het hoofd in de wolken.”

De kiemen van Rising You[th] liggen in je organisatie Nature, die je twintig jaar geleden opstartte. Wat doet die juist?

Met Nature gebruiken we avontuurlijke sporten als vormingsmiddel voor jongeren, in het bijzonder, maar niet exclusief, voor jongeren in de marge. Vanaf het begin waren dat jongeren die in instellingen voor bijzondere jeugdbijstand verblijven, of jongeren met een psychische kwetsbaarheid. Sinds een achttal jaar zijn daar ook jonge vluchtelingen bijgekomen. We doen het aanbod in de vrije tijd van jongeren, maar wat we met hen doen is nooit louter recreatief, altijd ook gericht op hun groei en ontwikkeling. We organiseren onder meer achtdaagse kampen waarop we rotsklimmen, een vlottentocht maken en aan speleologie doen. Doorheen de methodiek van het ervaringsleren willen we een ruimte creëren waar de jongeren kunnen experimenteren, waar ze hun grenzen kunnen verkennen en verleggen en waarin ze zich bewust worden van hun krachten en hun valkuilen, waar ze van en met elkaar leren. Doorheen de activiteiten die ze samen met anderen mee-maken, worden patronen zichtbaar. We faciliteren het herkennen van die patronen en het erkennen van het eigen aandeel in die gedragspatronen. Samen verkennen we desgewenst meer bevredigende gedragsalternatieven.

 

“We gaan ons moeien met opleiding en tewerkstelling van jonge vluchtelingen”

Hoe is daar dan Rising You[th] uit gegroeid?

Hoe je het draait of keert, als organisatie wil je een impact hebben op het leven van jongeren. Als we dan keken naar de specifieke situatie van jonge vluchtelingen en we wilden daar impact hebben, hun wereld veranderen, dan stelden we vast dat we een stap verder moesten zetten. We moesten ons niet alleen bezighouden met hun vrije tijd, maar ons ook moeien met hun opleiding en tewerkstelling. In het Brusselse zijn twee derden van de jonge vluchtelingen werkloos. En ik weet niet of de rest veel beter af is, met een 3D-job: dirty, demeaning or dangerous. Dat is een grote zonde en verspilling. Want onder invloed van schrijnende tv-beelden, is het maar de vraag wanneer goedbedoelde hulp  betuttelend wordt, en zo, nog altijd de goede bedoelingen ten spijt, niét helpt. Ook ons onderwijs is niet afgestemd op die jongeren en ze komen veel vaker dan nodig in opleidingen die misschien wel dicht bij de knelpuntenberoepen staan, maar ver van hun competenties en talenten. Terwijl ze ongelooflijk ondernemend zijn geweest door de verre en gevaarlijke reis te ondernemen, vaak met hun laatste spaarcenten. Er zit een grote kracht in die gasten, en daar willen wij op intappen, met een warme, waarderende aanpak die bewust kiest om in te zetten op de krachten, zonder de trauma’s onder de mat te vegen. Dat betekent dat we jobs gaan zoeken die in aanleunen bij hun goesting en hun fysiek potentieel.

De eerste stap was de oprichting van een klimclub, The Vertical Club, waarin we wekelijks werken met jonge vluchtelingen en andere jongeren, ’s winters op klimwanden en ’s zomers buiten op rotsen. The Vertical Club moet een warme club zijn, waar niets moet en veel mag. Gratis ook. Tegelijk gebruiken we hem als talentontwikkeling en rekruteringskanaal voor Rising You[th]. Als de jongere wil en als wij hem geschikt achten – hij moet gebeten en gepassioneerd zijn, maar ondermeer ook aandacht voor veiligheid hebben en zorg voor materiaal – dan stellen we hem een opleidingstraject tot industriële touwtechnieken en hoogtewerk voor.

Industrieel hoogtewerk wordt gedaan in telecom- en hoogspanningsmasten, op gevels van hoge gebouwen, aan hydraulische elementen van windmolens, maar ook op kerktorens en hoge standbeelden. Het ligt in het verlengde van wat wij als sport doen binnen Nature en in The Vertical Club, maar het is meer dan sport, natuurlijk. Veiligheid speelt een enorm belangrijke rol, en dat is meer dan het toepassen van de juiste technieken; dat is in de eerste plaats een kwestie van attitude. In die markt is er vandaag een gebrek aan mankracht, en die wordt ingehuurd in Zuid- en Oost-Europa. Maar die werknemers spreken vaak niet een van de landstalen, wat onder meer veiligheidsproblemen kan opleveren. Bij ons is de kennis van een van de landstalen een instapvereiste.

Het beroep is in België overigens niet georganiseerd. In Frankrijk bestaat het beroep van cordiste en zijn er speciale opleidingen voor. Hier ben je reiniger of schilder of technieker, op hoogte. Er bestaan opleidingen op de markt die je als complete leek op twee dagen tijd tot ‘expert’ opleiden. En dan zou je klaar moeten zijn om in de hoogte te gaan en ook nog eens in te staan voor de veiligheid van je collega’s. Het gevolg is dat er jaarlijks vijfduizend arbeidsongevallen zijn met vallen vanop hoogte. Het is de eerste oorzaak van arbeidsongevallen. De redenering bij bedrijven is: we nemen een goede technieker aan en leren hem dan klimmen. Als we de focus op de veiligheid willen leggen, lijkt de omgekeerde weg ons een waardig alternatief. Dat is alleszins de weg die we willen bewandelen.

Hoe is de opleiding dan georganiseerd?

We hebben een vergelijkende studie gemaakt van bestaande opleidingen en hebben dan besloten onze eigen opleiding en cursussen te schrijven. We betrekken ook andere partijen zoals de brandweerkorpsen bij de opleiding om ze te toetsen en te valideren. Dat doen we ook door externe examinatoren in te schakelen. Het opleidingstraject, RISE, tot Rope Access Technician, bestaat uit drie niveaus. In het eerste niveau, waarin je zelfstandig op touw leert werken en reddingsoperaties leert uitvoeren, duurt zes dagen plus een dag examen. In het tweede niveau, vier dagen opleiding en een dag examen, leer je verankeren en complexe reddingsoperaties uitvoeren. Na het derde niveau kan je werven opstarten en afronden. Je wordt dan ingeschakeld in het mee ontwikkelen en updaten van het hele systeem. Dat begint bijvoorbeeld met een beoordeling op een werkstuk, dat gericht is op het ontwikkelen van lesmateriaal.

 

“Hoeveel power schuilt er in die gasten”

 

 

Uit contacten met potentiële werkgevers in het afgelopen jaar heb ik geleerd hoe belangrijk attitude is. Dus leggen we daar ook nadruk op in de opleiding en de rekrutering. Al is het volgen zelf van de opleiding in de vrije tijd, en de moeite die ze soms moeten doen om bijvoorbeeld met het openbaar vervoer tot aan een hoogspanningsmast ergens te velde te geraken, al een goede toets voor een positieve attitude. Naar de werkgevers positioneren we onze afgestudeerden als vastberaden jongeren, die soms zelfs nog een economische verantwoordelijkheid naar het thuisfront hebben.

De Vertical Club, die jongeren moet toeleiden naar Rising You[th], is opgericht in september 2015. Waar staan jullie vandaag?

Voor het RISE-opleidingsprogramma hebben we een testcase ontwikkeld. We zijn nu ook al bezig met de eerste lichting van RISE3, zodat we over een pool lesgevers en begeleiders beschikken. Het bereiken van de doelgroep blijkt iets moeilijk dan we aanvankelijk hadden ingeschat. Het is ons nu nog niet helemaal duidelijk hoe we het opleidingsaspect in The Vertical Club moeten positioneren. We zijn nu ook andere instroomkanalen aan het aanboren: opvangcentra, concentratiescholen, inburgeringscentra en asielcentra. Dat gaan we meer vindplaatsgericht moeten doen, bijvoorbeeld met een mobiele klimmuur op de binnenplaats van een asielcentrum in Brussel. Gelukkig kunnen we daarvoor op de steun van Sport Vlaanderen  en de VGC rekenen. Voor de klimclub maakt het statuut van de jongeren niets uit; we gaan niet controleren of ze al dan niet legaal in het land erblijven. Dat is niet onze rol. Alle jongeren zijn welkom. Maar om met de opleiding te kunnen starten, moeten de jongeren vanzelfsprekend uitzicht hebben op een legaal statuut en tewerkgsteld kunnen worden.

Daarnaast organiseren we jobhappenings waarop kandidaat-werkgevers onze afgestudeerden kunnen ontmoeten. We hebben al goede contacten met bedrijven zoals Ericsson, Tec-ICT, IRIS en Engie-Fabricom. Grote bedrijven, zoals Proximus en Elia, die het merendeel van hun hoogtewerk uitbesteden, introduceren ons in het kader van hun Corporate Social Responsibility-programma’s rechtstreeks bij hun onderaannemers.

Samen met de VDAB, Tec-ICT en IRIS dienden we een innovatietproject in bij VLAIO, het Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen. De bedoeling is een opleidingspakket te ontwikkelen waarbij wij instaan voor de ontwikkeling van werkattitudes en het aanleren van hoogtetechnieken, terwijl de VDAB zorgt voor de toeleiding en een veiligheidsopleiding waarmee jongeren een VCA-certificaat kunnen behalen of een pasje dat hen toegang verschaft tot Elia-masten. IRIS en Tec-ICT zorgen van hun kant respectievelijk voor een opleiding rond oppervlaktebehandelingen (masten verven bijvoorbeeld) en telecomtechnieken (het plaatsen en richten van GSM-antennes bijvoorbeeld). Op die manier verruimen we de jobmogelijkheden van onze klimmers én spelen we in op hun potentieel. Dat is immers ook een groot voordeel van deze sector: er is werk voor laaggeschoolden, maar er is ook werk voor klimmers die meer competenties willen gaan ontwikkelen en zich bijscholen.

In welk economisch model ga je werken en wat zijn daarbij jullie doelstellingen?

Ons oorspronkelijk model, om een dienstenleverancier op hoogte te worden, hebben we aangepast, onder meer in een reeks workshops in het Impact Program van Ashoka en Accenture. We lieten ons ook inspireren door Frankrijk, waar het beroep van cordiste bestaat en waar er een interimbureau bestaat dat exclusief klimmers aanbiedt. We gaan samenwerken met Vivaldis Interim: zij doen de verkoop en de administratie. Wij krijgen een finders- en opleidingsfee per gewerkte dag en bij definitieve aanwerving.

Tegen 2020 willen we via interim-opdrachten vijftig mensen tewerkstellen, van wie elk jaar de helft naar vast werk moet doorstromen. Vanaf 2018 moeten we zelfbedruipend zijn. Tot dan zijn we gefinancierd door Sport Vlaanderen, een privé filantroop-ondernemer, de Nationale Loterij en de haalbaarheidsstudie en, hopelijk, het innovatieproject van VLAIO. Er is uit de windmolenindustrie ook belangstelling om in het aandeelhouderschap te stappen. De overbrugging tot einde 2017 hebben we nodig om in topmateriaal te kunnen investeren en een perfecte dienst te kunnen uitbouwen.

Voor de jongeren is de opleiding gratis. Maar we vragen wel enkele engagementen, die we vastleggen in een contract. Afgestudeerden moeten ambassadeurs worden voor de opleiding, door bijvoorbeeld te gaan spreken over de klimclub bij landgenoten. Als de jongere zelf werk vindt, betaalt hij de cursus terug aan marktprijs. Als wij werk vinden voor hem, ontvangen we de opleidingspremie.

Die alumni-ambassadeurs vinden we belangrijk. We willen een organisatie creëren waar de jongeren fier op kunnen terugblikken. Hun populatie mist helden. Als wij die kunnen maken, creëren we meteen ook een aanzuigeffect.

De inkomsten moeten ervoor zorgen dat we niet alleen de opleiding gratis kunnen aanbieden, maar zeker ook The Vertical Club intern kunnen financieren. Oók voor de jongeren voor wie het een ‘gewone’ hobby is, die niet de ambitie hebben om touwtechnieker te worden, maar die er net zo goed sociale vaardigheden en netwerken ontwikkelen.

Je wil Rising You[th] expliciet positioneren als onderneming?

Ja, helemaal niks sociale economie. Het sociaal ondernemen zit ons ook in het bloed. Toen we Nature opstartten hebben we vijf jaar lang zonder subsidies gewerkt. Vandaag zijn we een van de weinige organisaties in de jeugd- en welzijnssector die aan 50-50 werkt. We blijven voortdurend zoeken naar en-en, manieren waarop we eigen inkomsten kunnen genereren én onze sociale doelstelling realiseren.

“Eigenlijk willen we niets met sociale economie te maken hebben”

 

 

Anderzijds besef ik ook dat, door meer onderneming te worden, het risico op mission drift vergroot, wanneer onze sociale doelstellingen in conflict zouden komen met ondernemingsdoelstellingen. Mijn ambitie blijft om de tweedeling profit / social profit te overstijgen. Als we zelfbedruipend willen zijn, dan is dat om des te meer te kunnen doen voor onze sociale doelstelling. “Total profit”, noem ik dat. Ik besef dat we waakzaam moeten zijn. We moeten al een stuk van de denkoefening doen nu de vraag voorligt van een privépartner om in het aandeelhouderschap te stappen. Betekent dat dat we de vzw moeten omvormen in een of andere vennootschapsvorm? Wat ik zou zoeken in een ondernemer die mee instapt, zijn niet op de eerste plaats de financiële middelen, maar de know how en het netwerk die me kunnen helpen onze sociale doelstellingen nog beter te bereiken.

Je grote droom Benjamin?

Op de eerste plaats willen we methodieken ontwikkelen waarmee sport een rol kan spelen bij werkgelegenheid en integratie. Die methodieken kunnen we dan misschien uitbreiden naar andere domeinen.

Iets verder wellicht ligt een droombeeld dat onlangs opdook. Niamat, een van onze pupillen, zei me laatst: “Als het later terug veilig is in Afghanistan, wil ik teruggaan en daar een rope access -bedrijf opstarten.” Hem daarbij mogen helpen, dat zou wat zijn!