De dienstencheques: springplank of valstrik voor mensen in armoede of bestaansonzekerheid?

  • 19/12/2008
Printervriendelijke versie

Het dienstenchequestelsel werd in 2001 opgericht. De laatste jaren kent het een grote groei qua werknemers en ‘gebruikers' van de aangeboden diensten (poets- en strijkwerk, boodschappen en vervoer van minder mobiele personen). Voor sommigen is dit een bewijs van het feit dat deze maatregel zijn officiële doelstellingen met succes verwezenlijkt. Die doelstellingen zijn:

  • het creëren van nieuwe werkgelegenheid, voornamelijk voor laaggeschoolde werknemers;
  • het omzetten van zwartwerk in arbeid in loondienst (vooral in de sector van de poetshulp);
  • het inspelen op persoonlijke of familiale noden in de huishoudelijke sfeer via het uitvoeren van buurtwerken - of diensten.

Maar bij organisaties op het terrein woedt al langer een debat over de mate waarin die doelstellingen worden gerealiseerd. Meer algemeen stellen zij zich de vraag naar de (meer)waarde van dienstencheques voor zowel werknemers, gebruikers als de hele samenleving.

Het Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting, heeft in zijn tweejaarlijks Verslag 2007 Strijd tegen armoede. Evoluties en perspectieven, een hoofdstuk gewijd aan de dienstencheques. Het is het resultaat van overleg tussen verenigingen waar armen het woord nemen en verenigingen die strijden tegen armoede, vakbondsvertegenwoordigers, actoren uit de sociale economie, verenigingen van steden en gemeenten, federaties van OCMW-maatschappelijk werkers en gewestelijke arbeidsbemiddelingsdiensten. Centraal stond de vraag of dienstencheques een geschikt instrument zijn voor de socioprofessionele inschakeling van mensen in armoede en bestaansonzekerheid.

De discussies gaven niet enkel een blik op de kwaliteit van de dienstenchequejobs, maar hebben zich gebogen over verschillende aspecten van het dienstenchequestelsel: de werkelijke gerealiseerde jobcreatie, het voortbestaan van de dienstenchequejobs, de toegankelijkheid voor (financieel) kwetsbare gebruikers, het spanningsveld tussen publieke en private dienstverlening en de financiering van het stelsel.

De organisatie van een seminarie, gehouden op 27 mei 2008, bood een gelegenheid om het maatschappelijke debat over de dienstencheques voort te zetten. De bijdrage van deze maatregel tot de armoedebestrijding bleef daarbij de centrale kwestie. Daarnaast was het de bedoeling om het debat te ‘verbreden' naar organisaties die niet bij het overleg betrokken waren.

Het seminarie leverde tal van interessante analyses en inzichten op. Door de inbreng van de deelnemers aan de debatten zo getrouw mogelijk weer te geven, hopen we die rijkdom enigszins te kunnen overbrengen aan de lezer. Dit verslag nodigt vervolgens uit om de nog altijd levendige discussie over de dienstencheques verder te zetten.

www.armoedebestrijding.be

BijlageGrootte
Verslag seminarie dienstencheques320.93 KB