Dienstenchequebedrijven in de sociale economie: de werknemers zijn tevreden

  • 12/01/2009
Printervriendelijke versie

PERSBERICHT

Uit een enquête uitgevoerd door Febecoop Adviesbureau Vlaanderen bij 292 huishoudhulpen in 7 dienstenchequebedrijven die actief zijn in de sociale economie en dus prioritair werk maken van de tewerkstelling van mensen uit de kansengroepen, blijkt dat de kwaliteit van de arbeid er erg hoog ligt. De enquête werd afgenomen in het kader van een intervisieplatform van 7 dienstenchequebedrijven uit de sociale economie bij VOSEC.

De ondernemingen in de sociale economie die prioritair werk maken van mensen uit de kansengroepen, lijken alvast in hun opzet te slagen: het hoogste diploma van 90% van de werknemers is technisch secundair onderwijs. De dienstenchequebedrijven verschaffen werk aan de zwakste doelgroepwerknemers.
En dat werk is ook duurzaam: 97% van de aangeboden contracten is van onbepaalde duur. 80% van de werknemers voelt zich dan ook niet onzeker over de toekomst van zijn job.

Andere positieve punten zijn: het werktempo, de hoeveelheid werk, de prettige contacten met de klanten en de leidinggevenden en de algemene waardering voor de organisatie waarbinnen mentewerkgesteld is.

Opmerkelijk is tevens het grote aantal deeltijds tewerkgestelden (94%) en het gegeven dat deze flexibiliteit als een surplus ervaren wordt: het laat de poetshulpen toe om te werken op uren die passen bij hun thuissituatie.
Huishoudhulp wordt niet als een afwisselende job ervaren maar dat lijkt de grote meerderheid van de mensen uit de kansengroepen niet te deren. Zij geven de voorkeur aan repetitief werk.

De werknemers hebben een vrij grote autonomie met betrekking tot de indeling van hun concrete werkzaamheden. Alleen met betrekking tot de keuze van de gezinnen waar men gaat poetsen, lijkt de inspraak beperkt.

De grote meerderheid van de mensen uit de kansengroepen vindt plezier in het werk, al is dat iets minder uitgesproken op langere termijn.

Zonder dat het een nijpend probleem lijkt te zijn, kampen de poetshulpen soms met onaangepast werkmateriaal bij de gezinnen waar ze aan de slag gaan of wordt men geconfronteerd met slordige of minder nette werkomstandigheden.

Aandachtspunten zijn daarentegen de eerder beperkte leermogelijkheden op het werk en het aantal vormingen. Zelden leert men nieuwe dingen op het werk. Tevens heeft een kleine meerderheid (52%) het afgelopen jaar geen vorming gevolgd terwijl 65% wel liever meer opleiding zou krijgen.