Jaarrapport 2009 van de Inspectie Werk en Sociale Economie

  • 23/06/2010
Printervriendelijke versie

Dit jaarrapport geeft een overzicht van de uitgevoerde controles binnen de verschillende materies waarvoor de inspectiedienst bevoegd is. Naast een meer cijfermatig overzicht wordt ook aandacht besteed aan inhoudelijke accenten. Het Jaarrapport 2009 wordt afgesloten met een overzicht van de markantste vaststellingen en met de jaaractieplannen voor 2010.

U kunt het volledige jaarverslag digitaal terugvinden op www.werk.be. Hieronder geven we alvast een aantal markante vaststellingen:

In 2009 werden 2801 inspecties uitgevoerd in vier grote inhoudelijke domeinen:

  • migratie/tewerkstelling van vreemde werknemers
  • private arbeidsbemiddeling/sociale interventie
  • tewerkstellingsprogramma's
  • sociale economie

We geven hieronder de bespiegelingen uit het rapport weer die betrekking hebben op de sociale economie :

  • Beschutte Werkplaatsen: In 2/3 van de gecontroleerde werkplaatsen werden één of meerdere inbreuken vastgesteld. Hoewel dit aantal hoog ligt, dient dit met betrekking tot bepaalde inbreuken genuanceerd te worden. Inbreuken op het bijhouden van het kwaliteitshandboek zijn immers veelal te wijten aan het toepassen van andere kwaliteitssystemen door de werkplaatsen, zoals het ISO-systeem of de toekomstige kwaliteitswijzer, waardoor de aandacht voor het huidige kwaliteitssysteem verslapte. Toch blijft - ondermeer gelet op de vastgestelde inbreuken m.b.t. veiligheid, enclavewerking, ... - aanwezigheid op het terrein nodig, mede gelet op de vaak kwetsbare doelgroep.

 

  • Sociale Werkplaatsen: Er werden op het inhoudelijke deel geen zware inbreuken vastgesteld en over het algemeen zijn de toegekende arbeidsplaatsen goed ingevuld. Wel werd opgemerkt dat de invulling van begeleidingsplannen en begeleidingsdossiers sterk verschilt naargelang de werkplaats. De doorstroming naar het reguliere arbeidscircuit is minimaal. Met betrekking tot het financiële aspect werden veelvuldig fouten vastgesteld, wat mogelijks kan verklaard worden door het relatief grote personeelsverloop op de personeelsdiensten van de promotoren.

 

  • Lokale Diensteneconomie: Alle aangeworven doelgroepwerknemers voldoen aan de voorwaarden - het percentage in dienst zijnde allochtonen is sterk regionaal gebonden: van 60% in Antwerpen, over 30% in Oost-Vlaanderen naar minder dan 10% in de overige 3 provincies. In 20% van de gevallen werd geen persoonlijke ontwikkelingsplannen opgesteld. De wettelijke vereisten m.b.t. omkadering worden goed nageleefd. De doorstroming naar het normaal economisch circuit is wel laag. De financiering is ook onvoldoende om de kosten van deze projecten te dekken. Het degressieve karakter van de SINE-toelage blijkt hier een determinerende rol in te spelen. Er dienen duidelijkere criteria te komen m.b.t. de minimale vereisten van een sui generis afdeling, vooral wat betreft de boekhouding. Algemeen kan worden gesteld dat er een veel kleine projecten zijn, wat een versnippering van de beschikbare middelen tot gevolg heeft.

 

  • Meerwaardeneconomie: De gecontroleerde invoegbedrijven of -afdelingen vertegenwoordigden 1.646 arbeidsplaatsen. Naar inhoudelijke criteria toe, wordt opgemerkt dat de toeleiding van werknemers niet steeds vlot verloopt en dat de kennis van de verplichtingen bij de promotoren niet steeds optimaal is. Met betrekking tot het financiële aspect werd vastgesteld dat er veelvuldig fouten worden gemaakt bij het invullen van de prestatiestaten die aan de basis van de subsidies liggen.

 

BijlageGrootte
Jaarrapport 2009 Inspectie Werk en Sociale Economie1.29 MB