Nieuwe generatie sectorconvenants in aantocht
Uiteraard kennen de focussen en de principes uit het nieuwe loopbaanakkoord ook hun vertaling in de inhoudelijke contouren van de volgende generatie sectorconvenants. Er wordt een cruciale rol toegekend aan sectorale sociale partners om dat akkoord waar te maken. Het is evident dat het inhoudelijk kader en de sectorconvenants (en de sectorale visie) in de geest van deze kaders dienen opgemaakt te worden.
Het event 'Samen met sectoren talent in goede banen leiden' begin dit jaar was de take off van het nieuwe inhoudelijke kader voor de generatie sectorconvenants 2013 - 2014. Dat was het startschot voor een voorbereidings- , denk- en onderhandelingsjaar. Ondertussen zijn de meeste sectoren met de voorbereidingen gestart en analyseren zij hun sector en de uitdagingen waar ze voor staan, ontwikkelen een visie en bepalen de prioriteiten en acties.
Planning en aanpak onderhandelingen
Om tegen het einde van 2012 alle gesprekken en onderhandelingen te kunnen afronden, zijn er twee onderhandelingsrondes (één voor en één na de zomer). Voor de eerste onderhandelingsronde moeten sectoren hun tekstvoorstellen indienen tegen 23 april 2012. De onderhandelingen vinden plaats in de loop van mei - juni 2012. Voor de tweede onderhandelingsronde ligt de deadline van de tekstvoorstellenop 30 juni 2012. De onderhandelingen zijn voorzien voor de maanden september - oktober. De goedkeuring van de sectorconvenants door de Vlaamse regering en de ondertekening door de sectorale sociale onderhandelaars en de betrokken ministers Muyters en Smet moeten achter de rug zijn tegen het einde van 2012 zodat de sectorconvenants effectief van start kunnen op 1 januari '13.
Net als in 2010 zullen de onderhandelingsvoorstellen gescreend worden via voorbesprekingen met een ambtelijke werkgroep. Op die manier komen we als overheid met een gedragen standpunt aan de gesprekstafel. Tijdens deze voorbesprekingen nemen we alle ingediende onderhandelingsvoorstellen onder de loep met de bedoeling om per sector te kunnen aangeven waar de kritische punten in het voorstel liggen. Elke sector zal na de voorbespreking feedback krijgen over zijn onderhandelingsvoorstel. Op die manier kan de discussie aan de onderhandelingstafel door iedereen optimaal worden voorbereid om tot een constructieve dialoog te komen.
Krachtlijnen
De sectorconvenants blijven dus opgebouwd volgens de drie decretale kapstokken: aansluiting
onderwijs - arbeidsmarkt, competentieontwikkeling en competentiebeleid en diversiteit. In het nieuwe inhoudelijk kader leggen we wel een aantal specifieke accenten en trekken we een aantal rode draden.
In het inhoudelijk kader 2013 - 2014 kiezen we bewust voor een focus op kwaliteitsvol werkplekleren, talenten-, competentie & organisatiebeleid en duurzame diversiteit. Nieuw hierin is vooral het streven naar sectoren als uitdragers van werkbaarheid en de nieuwe aanpak om werk te maken van duurzame diversiteit (zie verder). Er werden ook drie rode draden verweven in het inhoudelijk kader: KMO-bereik, intersectorale samenwerking en brede partnerschappen.
We vragen sectoren om naast de samenwerking met andere sectoren hun klassieke, vaak bilaterale, partnerschappen nog breder open te trekken. Zo kunnen middelen efficiënter worden ingezet voor de realisatie van acute en toekomstige doelstellingen. Het is noodzakelijk dat sectoren samen met bedrijven, VDAB, Syntra Vlaanderen, onderwijs, derdenorganisaties, RTC's,... de handen in mekaar slaan om competentieversterkende acties op te zetten, toeleiding te verzorgen, verworven competenties te erkennen, informatie te verstrekken over beroepen en opleidingen,... We willen elke sector stimuleren om de engagementen uit het sectorconvenant zo veel mogelijk in de praktijk te brengen via dergelijke partnerschappen.
De finale overkoepelende doelstelling blijft die van het Pact 2020, namelijk met meer mensen aan de slag, in gemiddeld langere loopbanen en meer werkbare jobs.
Ambitieuze verwachtingen
Niet elke sector kan op elk nieuw beleidsbootje springen waardoor het ook van belang is om wat reeds in gang is gezet, verder te zetten. Toch is het nieuwe inhoudelijke kader ambitieus en willen we het potentieel dat er nog ligt bij heel wat sectoren aanspreken zodat men ook op nieuwere thema's kan uitgroeien tot stevige partners van het beleid.
Om de sectorale onderhandelaars te ondersteunen tijdens hun moeilijke tocht vanaf een omgevingsanalyse, over de ontwikkeling van een onderbouwde visie tot aan de verwoording van prioriteiten en acties , wordt een inspiratiemenu ter beschikking gesteld. Dit vrijblijvende menu met suggesties voor acties of engagementen moet sectoren inspireren en ondersteunen bij het vorm geven van het sectorconvenant.
Verschuivingen in de aanpak en thema's
Werkplekleren was ook in de vorige generaties een belangrijk thema. De focus verschuift nu echter nog meer van de kwantiteit naar de kwaliteit van het werkplekleren. We vinden het van belang dat sectoren een integraal beleid trachten te voeren met betrekking tot werkplekleren. Iedereen, ongeacht uit welk systeem, moet recht hebben op een zelfde kwalitatieve leer- en werkomgeving. Op die manier kan men actief meedraaien op de werkplek maar is er tegelijkertijd ook voldoende ruimte om de competenties te versterken. Werkplekleren is, niet toevallig, ook in het recente Loopbaanakkoord een actielijn waarvoor extra middelen worden voorzien via addenda bij de sectorconvenants (zie verder).
Een verschuiving is er ook van het louter competentiebeleid naar een ruimer loopbaanbeleid: competentieontwikkeling komt meer dan voorheen in het teken te staan van gemiddeld langere en actievere loopbanen. Een ander thema dat sterker aanwezig is dan in de huidige generatie sectorconvenants is werkbaarheid en arbeidsorganisatie. Ook dat spoort met het Loopbaanakkoord dat voorziet in extra middelen voor addenda m.b.t. werkbaarheid (zie verder).
Tenslotte wordt ook de aandacht voor diversiteit versterkt in de nieuwe generatie sectorconvenants. We vragen sectoren om hun visie op diversiteit concreet te vertalen in specifieke, doelgroepgerichte acties. Die worden verzameld in een aparte prioriteit. Naast het opnemen van een aparte prioriteit is ook een diversiteitscheck noodzakelijk op de centrale acties uit de andere prioriteiten die worden opgenomen in het sectorconvenant. Via de diversiteitscheck geeft de sector aan hoe (via welke acties dus) ze de aandacht voor diversiteit en evenredige deelname verweeft in de verschillende prioriteiten die naar voren worden geschoven.
Loopbaanakkoord: addenda 'werkplekleren' en 'werkbaarheid'
In het recente loopbaanakkoord worden sectoren als belangrijke partner naar voor geschoven om werk te maken van werkplekleren en werkbaarheid. De Vlaamse Regering zal daarom extra investeren in de sectoren om rond deze thema's te werken via addenda bij de sectorconvenants. Sectoren zullen op deze manier, als ze dat wensen, extra projectmiddelen kunnen krijgen bovenop de convenantfinanciering. In totaal wordt er per thema twee miljoen euro projectmiddelen voorzien die afhankelijk van de ingediende projecten verdeeld zullen worden over de sectoren.
Momenteel zijn de besprekingen over de inhoudelijke krijtlijnen van deze addenda nog volop aan de gang.
Meer informatie
Meer achtergrondinformatie bij de nieuwe generatie sectorconvenants kan je vinden op www.werk.be/infopaginasectoren, met tal van achtergronddocumenten: inhoudelijk kader, inspiratiemenu, sjabloon convenant, richtvragen, sectoraal cijfermateriaal (groepssectorfoto, link naar individuele sectorfoto's,), interessante beleidsdocumenten en onderzoeken,...
Bron: http://www2.vlaanderen.be/werk/Werkzin-e/20120424/Nieuwe_generatie_sectorconvenants_in_aantocht.htm
Verwante nieuwsberichten
-
Wetenschap & technologie: naar een sociale(re) economie?
-
Nieuwe sociaal-economische kernindicatoren voor Vlaanderen 21/09/2012
-
Vlaamse regering trekt 200.000 euro uit voor pilootprojecten zorg
-
Beleidsbrief Sociale Economie
-
Ontwerpdecreet ondersteuning sociale economie goedgekeurd
-
SERV-advies ontwerpdecreet ondersteuning sociale economie