Open brief aan de Europese Commissie: Ondersteuning van de coöperatieve en sociale ondernemingen

  • 13/10/2010
Printervriendelijke versie

Vertaling: VOSEC. Originele Engelse versie onderaan in bijlage.

Deze open brief werd op 13 oktober 2010 in aanwezigheid van de de Europese commissarissen Michel Barnier (Interne markt en diensten) en Antonio Tajani (Vicevoorzitter en commissaris van Industrie en ondernemerschap) in het Europees Parlement voorgesteld.

 

VAN WOORDEN NAAR DADEN:

Ondersteuning van de coöperatieve en sociale ondernemingen om een meer solidair, duurzaam en welvarend Europa te bereiken.

Open brief aan de Europese Commissie

 

Als Europese burgers en geleerden willen wij onze waardering uitspreken voor de programmatische verklaringen van de heer Tajani en de heer Barnier ter gelegenheid van hun hoorzittingen in januari voor het Europees Parlement. In hun verklaringen lijken beide commissarissen uitdrukkelijk het potentieel van de sociale economie, die een verscheidenheid aan organisatievormen omvat, variërend van coöperaties tot verenigingen, van onderlinge maatschappijen en stichtingen tot sociale ondernemingen te erkennen. Deze organisaties, die voortvloeien uit de Europese traditie van een bloeiend maatschappelijk middenveld, spelen meerdere en zeer belangrijke rollen (zowel economische als niet-economische, door middel van marktgerichte- en niet-marktgerichte activiteiten) in de productie van goederen en het verrichten van diensten op het lokale, nationale en Europese niveau. De heer Barnier met name lijkt te wijzen op het feit dat de "sociale markteconomie" veel verder gaat dan het initiatief van de publieke sector en alle sociale elementen omvat die tot de kern behoren van het Europese economische model. Ook overwegend dat deze verklaringen komen in het kielzog van de resolutie van het Europees Parlement van 19 februari 2009 over de sociale economie en de EESC-advies 1454 / 2009 over de "diverse vormen van onderneming", lijkt het er op dat de Europese instellingen begrijpen dat een duurzaam en solidair economisch herstel en groei alleen kan worden bereikt door het vinden van een betere afstemming tussen de sociale en economische belangen, wat niet kan worden bereikt door de combinatie van markt- en publieke sector actoren alleen.

Tegelijkertijd merken we dat de EU soortgelijke posities heeft ingenomen in het verleden, vooral met het Statuut voor een Europese Coöperatieve Vennootschap in 2003 en de mededeling van 2004 over de bevordering van coöperatieve vennootschappen in Europa. Echter, deze stukken zijn gevolgd door jaren waarin de organisaties die worden geassocieerd met de "sociale economie" grotendeels over het hoofd gezien werden door de Europese Unie en de meeste Europese landen. In feite, in sommige gevallen, hebben Europese beleidsmaatregelen (met inbegrip van bvb. fiscale beleidsmaatregelen en de bevordering van de International Accounting Standards) daadwerkelijk de ontwikkeling van deze sector belemmerd door te proberen normen op te leggen die geen rekening houden met de diversiteit van de verschillende ondernemingsvormen, waardoor afbreuk gedaan wordt aan de verscheidenheid van de antwoorden op de problemen en uitdagingen waarvoor Europa staat.

Onze zorg is dus dat Europese instellingen beroep doen op de sociale economie in tijden van crisis, en geen rekening houden met het potentieel van deze sector wanneer de economie zich herstelt. Voortbouwend op de programmatische verklaringen van de heer Tajani en door de heer Barnier, dringen wij er bij de Europese Commissie en het Europees Parlement op aan om deze woorden om te zetten in actie, en blijvende steun aan een sector te voorzien die instrumenteel kan zijn in het vormgeven van een meer inclusieve, duurzame en welvarend Europa.

Met dit doel voor ogen, en specifiek gefocust op het deel van de sociale economie dat waarde creëert door middel van marktgerichte activiteiten, willen wij de aandacht van de Europese Commissie brengen op de volgende punten:

  • We moeten de rol, traditioneel toegewezen aan verschillende soorten bedrijven, herschikken. Met het oog op het herontdekken van de sociale elementen die tot de kern van het Europese economische model behoren, moeten we verder gaan dan het paradigma dat private for-profit ondernemingen en openbare instellingen als de enige relevante actoren ziet en evolueren naar een pluralistische opvatting die de gevarieerde rollen erkent die verschillende ondernemingsvormen kunnen spelen met betrekking tot onze collectieve sociale en economische doelen. Zoals de economische literatuur aantoont, zou dit ook een gezondere concurrentiële omgeving creëren met ondernemingen die verschillende doelen, strategieën en houdingen hebben, wat resulteert in betere kwaliteit en lagere kosten van goederen en diensten - en meer keuze voor de Europese consumenten. Diversiteit van vorm en functie verhoogt ook de capaciteit van de Europese samenleving om effectieve oplossingen te formuleren voor zijn uitdagingen.

 

  • Onderlinge maatschappijen en coöperaties zijn én blijven goede voorbeelden van bedrijven die kunnen bijdragen aan de Europese economie en haar groei terwijl ze economische en sociale doelstellingen verzoenen, zoals blijkt uit hun realisaties in een breed scala van economische sectoren, van landbouw tot financiële diensten. In feite zijn, op een toenemend aantal terreinen, de ondernemingsvormen die kenmerkend zijn voor de sociale economie misschien beter geschikt dan de traditionele ondernemingen voor de hedendaagse organisatie van economische activiteit, aangezien zij het bij uitstek Europese model van kleinere ondernemingen belichamen die actief zijn in een productienetwerk. Ze zijn niet alleen meer economisch weerbaar, maar ook meer bedreven in het genereren van open innovatie processen. Het is geen toeval dat de coöperaties in staat zijn geweest om hun bedrijvigheid te laten groeien en (met inbegrip van nieuwe economische sectoren zoals sociale diensten) te vermenigvuldigen, ondanks een economische crisis die er voor gezorgd heeft dat veel traditionele bedrijven banen schrapten of activiteiten terug schroefden. Bovendien, als gevolg van hun democratisch beheersmodel, zijn ze in staat om een veelheid van stakeholders voldoening te geven, waarbij ze economische en sociale doelstellingen verzoenen.

 

  • Wat de heer Barnier "Sociale Bedrijven" noemt, is in Europa de levendige wereld van Sociale Ondernemingen - een Europese innovatie die al op grote schaal wordt erkend en gekopieerd over de hele wereld. De "Social Business Act", genoemd door de heer Barnier, moet niet voorbijgaan aan het feit dat Europa de thuisbasis is van talloze sociale ondernemingen die reeds bestaan en hebben uitgeblonken in het balanseren tussen economische en sociale doelstellingen. In feite hebben meer en meer Europese landen onlangs wetgevende initiatieven genomen die deze ondernemingsvormen erkennen en reguleren.

    Gezien de flexibiliteit van de sociale-economieorganisaties kunnen sociale ondernemingen verschillende vormen aannemen (met inbegrip van verenigingen en coöperaties), een verscheidenheid van diensten van algemeen belang uitvoeren (variërend van onderwijs tot gezondheidszorg of sociale diensten), en waarde creëren door het combineren van verschillende marktgebonden en niet-marktgebonden middelen. Zoals aangetoond door een aanzienlijke hoeveelheid onderzoek in de afgelopen 15 jaar helpen sociale ondernemingen, die een belangrijke sociale innovatie in en van zichzelf zijn, sociale innovatie praktijken implementeren en institutionaliserenen. Ze zijn meer in lijn met het Europese model dan soortgelijke verschijnselen ontwikkeld in andere contexten (zoals sommige ervaringen van sociaal ondernemerschap in de Verenigde Staten). Erkenning van de effectiviteit van deze organisaties op Europees niveau zou een belangrijke stap zijn, gezien de belangrijke bijdragen die zij leveren op een moment dat de publieke sector steeds minder in staat is om te voldoen aan een deel van de sociale behoeften.

 

  • In het kielzog van de economische crisis is de rol die oude en nieuwe vormen van sociale economie (kunnen) spelen belangrijker dan ooit. De huidige economische crisis heeft de beperkingen van de traditionele economische en institutionele paradigma's aan het licht gebracht en tegelijkertijd het probleem van sociale uitsluiting in heel Europa verergerd. In deze context zal de rol die coöperatieve en sociale ondernemingen kunnen spelen nog belangrijker worden: Europa is de thuisbasis van een uitgebreid netwerk van organisaties die tientallen jaren hebben bijgedragen aan de werking van de Europese economie (zoals in het geval van de meest coöperatieve banken tijdens de recente crisis) en het terugdringen van sociale uitsluiting. Met betere institutionele steun op Europees niveau zouden deze organisaties veel meer kunnen doen, niet alleen in het aanpakken van sociale uitsluiting, maar ook in het voortstuwen van duurzame economische groei.

 

  • In de afgelopen decennia hebben de Europese beleidsmakers te weinig aandacht besteed aan coöperaties en andere sociale-economieorganisaties. Ondanks hun potentieel zijn coöperaties, verenigingen en sociale ondernemingen tot nu toe over het hoofd gezien door zowel de nationale en Europese beleidsmakers. Het juridische kader voor de regulering van deze organisaties laat te wensen over en is versnipperd over Europa, en er is een gebrek aan behoorlijke politieke initiatieven die hun groei bevorderen. Bovendien creëren overheidsopdrachten vaak barrières en belemmeringen voor kleinere, lokale organisaties die bijzonder bedreven zijn in het inspelen op lokale behoeften.

 

Nu is het tijd om actie te ondernemen.

Het is onze hoop dat de toespraken van de heer Barnier en de heer Tajani, de programmatische verklaringen vervat in de EU Strategie 2020 documenten, en de hierboven genoemde documenten van het Europees Parlement en EESC, zorgen voor een reële koerswijziging (in het bijzonder met betrekking tot de beleidsmaatregelen van de vorige Commissie die de ontwikkeling van de coöperatieve beweging gehinderd heeft door vraagtekens te plaatsen bij de fiscale behandeling verleend aan coöperaties in sommige landen), en zich zal vertalen in concrete beleidsinitiatieven in de hele Europese Unie ter ondersteuning van deze sector. Het feit dat 2010 het Europees Jaar van de Bestrijding van Armoede en Sociale Uitsluiting is, en dat 2012 het Internationale Jaar van Coöperaties zal zijn, biedt een bijzonder goede gelegenheid om een gecoördineerde reeks van Europese beleidsmaatregelen te lanceren om de sociale economie te ondersteunen in al haar onderdelen, en zo bestaande modellen te versterken alsook nieuwe te bevorderen.

Deze initiatieven zouden het vastleggen van fiscaal beleid moeten bevatten dat de specificiteit van de coöperaties en andere vormen van sociale-economieondernemingen erkent, en in het bijzonder het feit dat zij sociale doelen nastreven, diensten van algemeen belang en, geheel of gedeeltelijk, hun winsten niet verdelen - wat hen onderscheidt van traditionele bedrijven. Bovendien, rekening houdende met de belangrijke rol van coöperaties, verenigingen en sociale ondernemingen in de verlening van diensten van algemeen belang, en de bijzondere aard van deze diensten die kwaliteitscontrole zeer moeilijk maakt, moeten de voorschriften inzake overheidsopdrachten rekening houden met hun toegevoegde waarde aan sociale integratie en cohesie, in plaats van uitsluitend op basis van prijs. Tegelijkertijd moet de Europese Unie de oprichting en ontwikkeling van sociale-economieorganisaties ondersteunen door middel van industriële en economische beleidsinstrumenten, evenals het gebruik van Europese structuurfondsen, zoals het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en het Europees Sociaal Fonds.

Ondersteuning van de sociale economie betekent ook het ondersteunen van nieuw onderzoek en kennisopbouw. Deze hernieuwde aandacht voor ondernemingen met sociale doelstellingen zou moeten vertrouwen op het oeuvre en onderzoek over deze sector die reeds gaande is, zowel op theoretisch niveau en in het veld, en dit ook ondersteunen. In het bijzonder is er een aantoonbare behoefte aan zowel theoretisch als toegepast onderzoek dat beter de werkelijke impact van de sociale economie kan reflecteren, de fragmentatie van onze collectieve kennis over deze ondernemingsvormen kan bespreekbaar maken, gemakkelijker kan vertalen in nieuwe beleidsinitiatieven op macroniveau, en resulteren in een betere ondersteuning voor het beheer en de ontwikkeling van strategieën op bedrijfsniveau. Dit onderzoek kan ook de redactie van "modelwetten" over coöperatieve en sociale ondernemingen ondersteunen, zoals aangemoedigd door de Commissie in haar Mededeling van 2004 over de bevordering van coöperatieve vennootschappen in Europa. Zoals vele bronnen, waaronder de Financial Times, hebben opgemerkt, is er ook een behoefte aan hoger onderwijs en opleiding op maat die verder gaan dan de traditionele business schools om curricula op te nemen afgestemd op het beheer van dit soort bedrijven.

Deze waarnemingen, bevestigd door tientallen jaren ervaring in studeren en werken met coöperatieve en sociale ondernemingen, vertegenwoordigt niet alleen de mening van de auteurs van dit document, maar van veel van uw kiezers - veldwerkers, wetenschappers, onderzoekers en burgers die ten zeerste bezorgd zijn over de verdere ontwikkeling en groei van de Europese Unie, en sterk overtuigd zijn dat er meer kan en moet worden gedaan om ervoor te zorgen dat deze ontwikkeling plaats grijpt op de meest inclusieve en duurzame manier mogelijk.

 

  • Carlo Borzaga, Professor of Economic Policy, Università degli Studi di Trento, Italy
  • Jacques Defourny, Professor of non)profit and cooperative economics, HEC School of Management, Université de Liège, Belgium
  • Stefano Zamagni, Professore of Economic Policy, Università di Bologna, Italy
  • Lars Hulgård, Professor in Social Entrepreneurship, Roskilde Universitet, Denmark
  • Roger Spear, Chair of the Co-operatives Research Unity, Open University, UK
  • Adalbert Evers, Professor for Comparative Health and Social Policy, Justus-Liebig Universitat Giessen, Germany
  • Jerzy Hausner, Chair of Economics and Public Administration, Cracow University of Economics, Poland
  • Alberto Zevi, Professor of Economics of Co-operative Enterprises, Università di Roma La Sapienza, Italy
BijlageGrootte
Appeal to the European Commission with Signatures 28/9/2010169.94 KB