Evaluatierapport: buurt- en nabijheidsdiensten

  • 31/12/2002
Printervriendelijke versie

Door diverse demografische en socio-economische ontwikkelingen ontstaan bij individuen, gezinnen en leefgemeenschappen behoeften waaraan op dit ogenblik niet of onvoldoende aan tegemoet gekomen wordt.
Buurt- en nabijheidsdiensten proberen een antwoord te zijn op deze tendens. Het betreft diensten die beantwoorden aan individuele of collectieve behoeften, die in de fysieke en/ of figuurlijke nabijheid van de gebruiker worden geleverd. Bij het ontwikkelen van buurt- en nabijheidsdiensten ligt de klemtoon op het creëren van duurzame tewerkstelling via een participatieve aanpak met als doelstelling de leefbaarheid en leefkwaliteit van een buurt te verhogen.

Om de ontwikkeling van buurt- en nabijheidsdiensten te stimuleren hebben de federale en regionale overheden zich verenigd en in 2001 het experimentenfonds Buurt- en nabijheidsdiensten opgericht. Het experimentenfonds werd gecreëerd op initiatief van de heer Johan Vande Lanotte, vice-eerste minister, minister van Begroting, Maatschappelijk Integratie en Sociale Economie, in samenwerking met de heer Renaat Landuyt, Vlaams Minister voor Werkgelegenheid en Toerisme en Mevrouw Marie Arena, Waals minister voor Werkgelegenheid en Opleiding. Het beheer van dit fonds werd toevertrouwd aan de Koning Boudewijnstichting.

Via een projectoproep eind 2001 konden alle partners die van deze impuls gebruik wensten te maken, een projectaanvraag indienen voor: de opstart van een buurt- en nabijheidsdienst, het diversifiëren van het bestaande aanbod buurt- en nabijheidsdiensten of voor een voorafgaande haalbaarheidsstudie.

De oproep werd gericht naar VZW's, lokale overheden (OCMW, gemeentebesturen, provinciebesturen) en initiatieven met een sociale meerwaarde (o.a. Sociale werkplaats, invoegbedrijf of - afdeling,...). De projectaanvragen worden geselecteerd op basis van de volgende criteria: de creatie van werkgelegenheid voor kansengroepen, het participatieve karakter naar zowel de werknemer als de begunstigde van de dienstverlening, de aandacht voor de maximale toegankelijkheid van de dienstverlening en het zich maximaal ontwikkelen vanuit en met partnerschappen.

Verloop van het project

De oproep voor het experimentenfonds werd gelanceerd via Internet en via folders in de drie landstalen. De kandidaatsdossiers werden ten laatste tegen 31 december 2001 verwacht. Een 300-tal kandidaatsdossiers zijn ingediend. Een onafhankelijke jury heeft in januari 2002 op basis van de kandidaatsdossiers een selectie gemaakt van de projecten die financiële ondersteuning krijgen. De selectie gebeurde op basis van de reeds vermelde criteria en er werd rekening gehouden met de regionale prioriteiten. In Vlaanderen werd prioriteit gegeven aan de niet-centrumsteden en aan projecten die zich inschrijven in de meerwaardeneconomie en in de dynamiek van de lokale werkwinkels op het vlak van buurt- en nabijheidsdiensten.

Er werden 49 Vlaamse projecten weerhouden.

De Koning Boudewijnstichting heeft in een volgende fase een beroep gedaan op twee studiebureaus voor de analyse van de ingediende projecten. Voor Wallonië en Brussel is dat VZW Ciriec ( Centre international de recherches et d'information sur l'économie publique, sociale et coopérative) en voor Vlaanderen werd VZW Hefboom, erkend adviesbureau in de sociale economie, aangesproken. De opdracht voor beide studiebureaus bestond uit de analyse van alle ingediende kandidaatsdossiers, de evaluatie van de geselecteerde projectaanvragen en een 12-tal projectbezoeken verspreid over de regio. Een eerste, eerder kwantitatief, rapport over alle ingediende kandidaatsdossiers werd door Ciriec en Hefboom bij de Koning
Boudewijnstichting afgeleverd in juli 2002.

Dit evaluatierapport over de geselecteerde projectaanvragen is gebaseerd op gegevens verzameld, enerzijds via het evaluatieformulier dat door elk project werd ingevuld en anderzijds via de projectbezoeken. De bezoeken werden uitgevoerd tijdens de voorbije zomermaanden en de gegevens van de evaluatieformulieren waren vanaf 15 oktober 2002 ter beschikking van de studiebureaus.

Onderstaand rapport is een weergave van de kenmerken van de geselecteerde projectaanvragen, een beschrijving van de domeinen waarbinnen buurt- en nabijheidsdiensten ontwikkeld werden, een analyse van de geselecteerde projecten op basis van de vier oorspronkelijke selectiecriteria (tewerkstelling, participatie, toegankelijkheid en partnerschap) en de belangrijkste knelpunten bij de ontwikkeling van buurt- en nabijheidsdiensten.

BijlageGrootte
Eindrapport Buurt- en Nabijheidsdiensten 2002151.1 KB