Werkzoekenden de kans gunnen zich voor te bereiden op een bestaan als zelfstandige, zonder risico op verlies van uitkeringen met professionele begeleiding
Persbericht van minister van Werk Joëlle Milquet en minister van Maatschappelijke Integratie Marie Arena
Vice-Eerste minister en minister van Werk Joëlle Milquet en minister van Maatschappelijke Integratie Marie Arena verheugen zich over de goedkeuring gisterenmorgen door de ministerraad van een ontwerp van koninklijk besluit dat de activiteitencoöperaties organiseert.
Het principe van een activiteitencoöperatie is eenvoudig: werkzoekenden krijgen de kans om zich voor te bereiden op het opstarten van een zelfstandige economische activiteit, zonder risico op verlies van uitkeringen en onder begeleiding van en mits vorming door professionele coaches. De activiteitencoöperatie biedt een juridische kader aan de ‘kandidaat-ondernemers' en ondersteuning inzake administratie en financiën (boekhouding, BTW, enzovoort).
Dankzij dit ontwerp van koninklijk besluit, behoudt de werkzoekende die ervoor gekozen heeft zich voor de lancering van een project als zelfstandige door een coöperatieve te laten begeleiden, zijn rechten op werkloosheids- of sociale uitkeringen gedurende de hele periode van de overeenkomst, dit wil zeggen: voor maximum 18 maanden.
Als de werkzoekende tijdens deze periode aanvaardt zich te lanceren en na minstens zes maanden zijn statuut als werkloze te verlaten, heeft hij recht op een werkhervattingstoeslag van 100 euro per maand gedurende maximum 12 maanden. Deze mogelijkheid verdwijnt na de voorziene duur van 18 maanden van de overeenkomst.
Het blijkt inderdaad dat het aantal werklozen dat een zelfstandige activiteit opstart, in ons land veel lager ligt dan in de buurlanden als Frankrijk en Duitsland. In Frankrijk bijvoorbeeld hebben in 2005 72.000 werklozen een zelfstandige activiteit opgestart en 70 procent van die startende ondernemingen waren drie jaar na de lancering nog actief; in Duitsland hebben in 2005 330.000 werklozen (wat overeenkwam met 7 procent van de werklozen) een zelfstandige activiteit opgestart. In datzelfde jaar hebben slechts paar honderd Belgische werklozen (wat minder dan duizendste is van het aantal werklozen in ons land) een zelfstandige activiteit opgestart. België heeft dus een grote achterstand goed te maken.
Dit ontwerp van koninklijk besluit, dat 30 dagen na publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad van kracht wordt, bepaalt de doelgroep waarop deze maatregel toepasbaar is alsook de voorwaarden en de toepassingsmodaliteiten van de maatregel en het bedrag van de vergoedingen die de ‘kandidaat-ondernemers' bovenop hun sociale uitkeringen kunnen ontvangen.
De kandidaat-ondernemers van de activiteitencoöperatieven moeten voor minstens 60 procent tot volgende doelgroep behoren:
- jonger dan 50 jaar en volledig uitkeringsgerechtigd werkloos sinds minimum 156 dagen in de 18 maanden die voorafgaan, of leefloner of gerechtigd op financiële maatschappelijke hulp gedurende minstens één dag in de loop van de 12 maanden die voorafgaan.
- ouder dan 50 jaar en volledig uitkeringsgerechtigd werkloos sinds minimum 78 dagen in de 9 maanden die voorafgaan, of leefloner of gerechtigde op financiële maatschappelijke hulp gedurende minstens één dag in de loop van de 6 maanden die voorafgaan.
Volledig uitkeringsgerechtigde werklozen die als ‘kandidaat-ondernemer' een overeenkomst met een activiteitencoöperatie afsluiten, hebben recht op dezelfde vrijstellingen als werklozen in opleiding. De kandidaat-ondernemer zal, bovenop zijn werkloosheidsuitkering, gedurende de beleidingsperiode kunnen genieten van een vergoeding van maximum twee euro per uur gepresteerd in het kader van de overeenkomst.
De activiteitencoöperatie wordt aldus een reëel inschakelings- en creatief activeringsinstrument dat zijn plaats vindt in de hele waaier aan ‘klassieke' inschakelings- en activeringsinstrumenten, een schakel tussen het zelfstandig ondernemerschap en de werkloosheid. Talrijke lokale terreinactoren zijn alvast overtuigd, getuige ervan de talrijke partnerschappen tussen de activiteitencoöperaties en andere actoren ter ondersteuning en ontwikkeling van het ondernemerschap (VDAB/Actiris/Forem, plaatselijke ontwikkelings-agentschappen, adviesbureaus, enzovoort). Al deze lokale actoren staan massaal achter de methodologie die door de activiteitencoöperaties wordt gebruikt om de ontwikkeling van ondernemingsprojecten door minder begunstigde groepen te bevorderen.
Verwante artikels
Verwante nieuwsberichten
-
"Meer ondernemerschap bij kansengroepen is goed voor de economie"
-
Voorstelling Vlaamse activiteitencoöperaties
-
Memorandum van Brusselse activiteitencoöperaties voor regionale verkiezingen
-
Activiteitencoöperaties: realiseer je ondernemersdroom in alle veiligheid
-
Coaching voor ondernemers
-
Persbericht ministers Arena en Milquet: Minder werklozen en meer zelfstandigen.