Provincies

Printervriendelijke versie

Missie van de provincies inzake economisch beleid

Het provinciaal bestuursniveau beschouwt het als zijn opdracht een (beter) gecoördineerde en geïntegreerde duurzame streekontwikkeling tot stand te brengen. Sedert het kerntakendebat en het bestuursakkoord van 25 april 2003 tussen het Vlaams, provinciaal en lokaal bestuursniveau kreeg de provincie immers samen met de gemeenten de bevoegdheid over de streekontwikkeling. In overeenstemming daarmee werden tijdens de laatste jaren belangrijke structuren en organisaties van het sociaaleconomische werkveld hervormd. Door de decreten over ERSV/SERR/RESOC, POM en (VL)AO werden al deze nieuwe organisaties opgericht en speelt de provincie als intermediair niveau nu een centrale rol op het domein van de sociaaleconomische streekontwikkeling.

Binnen de veelheid aan sociaaleconomische actoren in het middenveld staat de provincie als democratisch gelegitimeerd bestuur en als eerste gesprekspartner voor Vlaanderen in voor het coördineren, regisseren en stimuleren van het sociaaleconomisch beleid op streekniveau. De provincie beschikt immers over voldoende "vogelperspectief" om tot een juiste afweging van belangen binnen een streek te komen en op te treden als belangenbehartiger van een streek t.o.v. hogere overheden. In overleg en samenwerking met verschillende streekactoren, inzonderheid de RESOC en SERR, moet de provincie ook kunnen bepalen welke concrete beleidsinitiatieven nodig zijn en dus de streeknoden mee vertalen naar een doelgerichte politiek.

Sociaaleconomisch streekbeleid is evenwel een ruim begrip waar verschillende beleidsdomeinen bij betrokken zijn. Vanuit het beleidsdomein Economie worden door de provincies naast economisch informatie- en databeheer vijf specifieke thema's onderscheiden: ruimtelijke economie, transport-distributie-logistiek (TDL), arbeidsmarkt en opleiding, sociale economie, bedrijfsversterking, innovatie en uitbouw van de kenniseconomie.

Daarbinnen meten de provincies zich diverse rollen aan, waarbij ze zich vooral toeleggen op economisch informatie- en databeheer en de specifieke thema's ruimtelijke economie, transport-distributie-logistiek en bedrijfsversterking. Deze keuze houdt sterk verband met de bevoegdheden die de provincies zelf en hun POM's hebben op het vlak van ruimtelijke planning en uitvoering van projecten voor de ruimtelijk-economische infrastructuur alsook projecten gericht op een bedrijfsversterkend resultaat.

Voor de thema's arbeidsmarkt, opleiding en sociale economie zullen de provincies en hun POM's veeleer een aanvullende rol of volgende rol opnemen. Andere bestuursniveaus en organisaties vervullen hier immers belangrijke kerntaken. Zo is het Vlaamse niveau bevoegd voor werkgelegenheid en toegang tot de arbeidsmarkt, bevorderen van meer en beter ondernemerschap, meerwaarden-economie en sociale economie. Ook voor de sociale partners zijn hier belangrijke taken weggelegd, bv. op het subregionale niveau. Vanuit haar functie op bovenlokaal niveau en inspelend op vragen of behoeften vanuit de provincies waar niet of nauwelijks door anderen wordt op ingegaan, kunnen de provincies hier wel een aanvullende rol vervullen. Zodoende wordt sterk rekening gehouden met en respect getoond voor de kerntaken van de diverse sociaaleconomische partners.

(uit: Sectordossier Economie - Onderdeel van het VVP-memorandum 2009 aan de volgende Vlaamse regering)

www.vlaamseprovincies.be