Vlaamse Beleidsnota Sociale Economie 2009-2014

  • 29/10/2009
Printervriendelijke versie

Freya Van den Bossche, Vlaams minister van Energie, Wonen, Steden en Sociale Economie

 

Ook in de beleidsnota's van andere beleidsdomeinen zijn linken naar sociale economie te vinden. Lees ook de screening van VOSEC van de beleidsnota's van de Vlaamse regering.

 

Managementsamenvatting: Op weg naar een socialere economie in Vlaanderen

Wie werkt, heeft een inkomen en krijgt de kans om zelf zijn toekomst vorm te geven. Werk opent ook iemands wereld en zorgt voor sociale contacten. Wie werkt, krijgt respect en zelfvertrouwen. Iedereen zou dan ook evenveel kans moeten hebben op een duurzame job, ook mensen met grote afstand naar de arbeidsmarkt. Aan een relatief lange periode van economische groei en groei van de werkgelegenheid, ook voor kansengroepen, is echter een eind gekomen. Het aantal werkzoekenden is sterk toegenomen en aan die toename lijkt voorlopig nog geen eind te komen.

Sociale economie biedt deze mensen een kans op volwaardig werk. Via allerlei instrumenten krijgen ze werk op maat en in functie van hun mogelijkheden. Toch kan er nog een versnelling hoger geschakeld worden en gebouwd worden aan een socialere economie dat duurzame tewerkstellings- en inschakelingskansen op ieders maat biedt. Die ambitie wordt ondersteund door het Pact 2020 dat een werkzaamheidsgraad van 70 procent vooropstelt. De komende jaren zal geïnvesteerd worden in extra duurzame jobs, in de versterking van werkzekerheid voor kwetsbare mensen. Maar evenzeer in innovatie en de kansen die sociale economie biedt, maar vandaag nog onvoldoende benut zijn.

In het verleden werden er verschillende tewerkstellingsmaatregelen ontwikkeld om deze doelstelling te realiseren, maar ze zijn onvoldoende op elkaar afgestemd. In afstemming met de minister van Werk zal een transparant Vlaams kader voor tewerkstellingsmaatregelen voor alle werkgevers, inclusief deze in de sociale economie, uitgetekend worden. Afstemming met de federale en Europese regelgeving is hierbij cruciaal.

Rekening houdend met de afstand tot de arbeidsmarkt wordt een matrix van 4 modules tot ondersteuning van de beoogde (potentiële) werknemers en/of werkgevers vooropgesteld. Deze modules zijn (1) opleiding op de werkvloer, (2) begeleiding op de werkvloer (omkadering), (3) een loonpremie (op basis van de afstand tot de arbeidsmarkt) en (4) aanpassing van de werkplek/arbeidsomgeving. De modules zijn onderling combineerbaar naargelang de noden van de betrokken werknemer.

De pijler ‘maatwerken vanuit sociale economie' zal binnen deze matrix gepositioneerd worden. Vertrekkend vanuit de noden van de werkzoekende en de werknemer zal de ondersteuning aan de beschutte werkplaatsen, de sociale werkplaatsen en de invoegmaatregel hierin een plaats krijgen. De principes uit het principeakkoord maatwerken tussen de sociale partners en de Vlaamse Regering zullen conform het regeerakkoord in deze pijler vertaald worden. Naar gelang organisaties hun core business leggen bij inschakeling of hun economische activiteit, wordt binnen deze pijler een onderscheid gemaakt tussen maatwerkbedrijven en bedrijven die maatwerken.

Om deze hervorming te kunnen realiseren zijn er wel een aantal belangrijke randvoorwaarden, m.b. de hertaling van de bestaande subsidiesystemen naar een eenduidig premiestelsel en ondersteuningsaanbod op basis van de afstand tot de arbeidsmarkt, een correct indiceringsysteem om de afstand te meten, stroomlijning in de toeleiding, ruimte voor differentiatie in functie van de noden van de organisatie en aandacht voor administratieve vereenvoudiging.

Als 2e pijler voor de sociale economie, wordt in het Vlaamse Regeerakkoord de lokale diensteneconomie vooropgesteld. Het basisidee van het decreet is de uitbouw van een aanvullend dienstenaanbod vanuit de overheid dat nauw aansluit bij de maatschappelijke trends. Hierbij wordt een dubbele maatschappelijke meerwaarde gecreëerd door de inschakeling van kansengroepen te bevorderen én de principes van maatschappelijk verantwoord ondernemen in diensten te verankeren. Om de lokale diensteneconomie ten volle haar rol te laten spelen, zal de bestaande regelgeving in het licht van deze uitdaging moeten worden bijgestuurd. Op basis van een grondige evaluatie zal de bestaande regelgeving bijgestuurd worden met oog voor afstemming, vereenvoudiging, complementariteit, doorstroom en kwaliteit.

Het samengaan van dienstverlening en inschakeling levert een win-winsituatie voor verschillende partijen. Omdat gedeelde baten gedeelde kosten rechtvaardigen, is er voor de lokale diensteneconomie een model van klaverbladfinanciering gekozen. De samenwerkingen die in de vorige legislatuur werden opgestart in het kader van Vlaamse klaverbladen, worden verder verfijnd en verankerd. Daarnaast zijn er ook verschillende lokale klaverbladen, waarbij de lokale besturen voor de cofinanciering van de dienstverlening zorgen. Het huidige kader is echter onvoldoende op hun maat gemaakt. In de evaluatie van de lokale diensteneconomie zal bijgevolg ook bekeken worden hoe lokale besturen hun regierol voor wat betreft de lokale dienstenwerkgelegenheid beter kunnen opnemen.

De uitstroom uit de sociale economie kan beter. Om het bereik van de maatregelen te verhogen, zal in de toekomst meer aandacht besteed worden aan doorstroom. Via persoonlijke ontwikkelingsplannen wordt gestreefd om doelgroepwerknemers in de sociale economie te laten doorgroeien. Toont een screening van de competenties aan dat de afstand tot de arbeidsmarkt verkleind is, dan zal bekeken worden hoe de opstap/doorstroom het best gerealiseerd kan worden. Of de stap naar de reguliere economie een succes wordt, hangt voor een groot stuk af van de begeleiding en ondersteuning bij de nieuwe werkgever. Die laatste staat er niet alleen voor. De werknemer krijgt een rugzak mee. Dit kan naargelang de aard van de afstand tot de arbeidsmarkt gaan over een lagere loonpremie (al dan niet van beperkte duur), aanpassingen van de arbeidspost en de mogelijkheid tot begeleiding op de werkvloer. Als blijkt dat een duurzame doorstroming niet haalbaar blijkt, dan moet een terugkeer naar de sociale economie mogelijk blijven.

Het luik begeleiding op de werkvloer of omkadering, zal een belangrijke plaats innemen in de warme overdracht, maar heeft nog een sterke stroomlijning en verdere verankering nodig. In dit nieuwe model krijgen de sterkste punten uit de huidige methodieken (SUEM, jobcoaching, inschakelingscoaching, begeleiding op de werkvloer,...) best een plaats.

In het verleden werd in het kader van het meerwaardenbesluit een specifek ondersteuningsaanbod voor de sociale economie uitgebouwd. De instrumenten werden meestal opgebouwd met een zeer specifeke focus, maar evolueerden niet altijd mee met het beleid. In lijn met de vereenvoudiging van de tewerkstellingsmaatregelen zal het huidige ondersteuningsaanbod hervormd worden op basis van de noden van sociale ondernemers en met het oog op de ondersteuning van innovatie in de sociale economie. Complementariteit en maatschappelijke meerwaarde staan hierbij centraal.

Sociale economie biedt toekomst en is een hefboom voor een andere en socialere economie. Middels een goede communicatiestrategie, die afgestemd is op mogelijke initiatieven van de sector zelf, zal het beeld en de meerwaarde van sociale economie versterkt worden.

Kwaliteitsvolle en duurzame jobs in ondernemingen verdienen een goede strategische managementvisie en -aanpak. Waar sinds meer dan een halve eeuw het ondernemen werd ingekleurd door effciëntiestreven vanuit vooral economische parameters, is gaandeweg het kwaliteitsstreven in alle processen en resultaten een issue geworden. In de voorbereiding naar het decreet maatwerken werd door de betrokken stakeholders het kwaliteitsmodel ‘de kwaliteitswijzer' uitgewerkt. Dit zal het vertrekpunt zijn voor de oefening van integratie van kwaliteit in de verschillende nieuwe regelgevingen en beleidskaders.Met de verdere uitwerking van dit kwaliteitssysteem zal het beleidsdomein WSE een voorbeeld zijn van een eenduidig kader van bepalingen en afspraken over kwaliteit en minimale kwaliteitsverwachtingen van de Vlaamse overheid, ten aanzien van alle organisaties die binnen het domein WSE (financieel) worden ondersteund.

Een ander belangrijk thema dat binnen het beleid sociale economie vooropgesteld wordt, is het realiseren van maximale maatschappelijke meerwaarden. Ondernemen in de toekomst vereist een andere kijk op ondernemen. Economische winst zal niet langer de enige maatstaf zal zijn, ecologische en maatschappelijke rentabiliteit zullen op gelijke hoogte moeten staan. Partnerschappen en innovatie zijn in dit concept kernprincipes. Dit vooruitzicht biedt kansen voor organisaties en ondernemingen die zich richten op innovatie. Vooruitlopen op de uitdagingen van morgen is vandaag nieuwe modellen en werkwijzen uitwerken. Die omslag in denken vraagt tijd en zal niet gebeuren van vandaag op morgen. Het komt er dus op aan om in te spelen op maatschappelijke behoeften en zo de maatschappelijke meerwaarden ervan waar te maken. Die maatschappelijke meerwaarden binnen en buiten de sociale economie moeten zichtbaar worden.

Ondernemingen en organisaties inspireren en worden

waar nodig ondersteunen, is nodig. Zo zal het o.a. het coöperatief ondernemerschap versterkt worden en de opportuniteiten van complementaire muntsystemen verder worden verkend.

Binnen de sociale economie streven ondernemingen naar een dynamisch evenwicht tussen de belangen van de verschillende stakeholders. Ze beogen daarbij de realisatie van economisch succes, sociale verrijking én ecologische winst. Het Pact 2020 ambieert dat organisaties en ondernemingen maatschappelijke verantwoordelijkheid opnemen en dat Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) algemeen verspreid is tegen 2020. Dit vraagt om slimme en concrete doelstellingen en indicatoren en een open dialoog met de sociale partners. De verdere uitbouw van het Digitaal Kenniscentrum MVO Vlaanderen in een breed gedragen partnerschap zal bijdragen aan een maatschappelijk draagvlak rond MVO.

MVO is de bedrijfsvertaling van duurzame ontwikkeling. De Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling is aan hernieuwing toe. Om een duurzaam beleid op ondernemingsniveau ingang te doen vinden, is een meer gecoördineerd optreden van de Vlaamse overheid om te streven naar een optimale inzet van de aanwezige hefbomen. Wat de overheid vraagt aan organisaties, ondernemingen op vlak van maatschappelijke verantwoordelijkheid, moet de overheid ook zelf kunnen waarmaken.

In de strategie duurzame ontwikkeling heeft de voorbeeldfunctie van de overheid rond diverse duurzaamheidsaspecten alvast een kader gevonden. WSE moet binnen de overheid een voorloper worden op vlak van aankoopbeleid, stakeholdersbeleid en algemene strategie.

In 2009 werd een eerste Vlaams actieplan duurzame overheidsopdrachten opgemaakt. Gezien het aanzienlijke volume van overheidsopdrachten dat de overheid jaarlijks aanbesteed, vormt de verduurzaming van aankopen het sluitstuk op een verduurzaming van de economie. Sociale duurzaamheid verdient daarin een prominente plaats.

Het beleid sociale economie staat voor grote uitdagingen. Ambitieuze doelstellingen en beleidsengagementen moeten er voor zorgen dat deze doelstellingen worden omgezet in concrete resultaten. Zeker in economisch en fnancieel moeilijke omstandigheden, is de betrokkenheid van diverse stakeholders en partners noodzakelijk. Dat veronderstelt verantwoordelijkheidszin van alle betrokken partners om invulling, uitvoering en kleur te geven aan het beleid Sociale Economie.

Elke rader in het raderwerk zal, binnen zijn of haar kunnen, worden uitgenodigd om mee te werken aan de uitdagingen waar we voor staan.

BijlageGrootte
Beleidsnota sociale economie 2009-2014594.38 KB