Collectief maatwerk (vanaf 2019)

Op 1 januari 2019 gaat de regelgeving rond collectief maatwerk in voege. Die hervorming wordt volop voorbereid.

Wat?

Op 3 juli 2013 keurde de Vlaamse Regering het decreet ‘Maatwerk bij collectieve inschakeling’ goed. Dat decreet wil werk en ondersteuning op maat bieden aan mensen die moeilijk een job vinden en hen zo naar het reguliere circuit laten doorstromen. De hervorming vereenvoudigt de subsidievoorwaarden en de ondersteunende maatregelen voor ondernemingen in de sociale economie (meer specifiek de huidige beschutte en sociale werkplaatsen) en stemt ze beter op elkaar af. De regelgeving treedt in werking op 1 januari 2019.

Specifieke problematiek

Het decreet richt zich naar personen met een arbeidsbeperking: dat zijn werkzoekenden die omwille van persoonsgebonden factoren moeilijk toegang hebben tot de arbeidsmarkt. Concreet kan het gaan over mensen met een arbeidshandicap, mensen met een medische, mentale, psychische of psychosociale problematiek of langdurig werklozen die een aantal competenties zijn kwijtgeraakt. Zij hebben behoefte aan specifieke begeleiding en ondersteuning op de werkvloer. In het normale economische circuit zijn er voor hen weinig kansen op werk.

Toegang tot volwaardig werk is ook voor deze doelgroep een belangrijke voorwaarde om te kunnen participeren aan de samenleving. Het biedt ook kansen voor persoonlijke en professionele ontwikkeling.

Twee manieren

Het decreet maakt een onderscheid tussen maatwerkbedrijven en maatwerkafdelingen.

Maatwerkbedrijven

Maatwerkbedrijven zijn organisaties/ondernemingen die de inschakeling van doelgroepwerknemers als kerntaak hebben. De economische activiteiten worden daaraan aangepast. In een maatwerkbedrijf heeft minstens 65 procent van de werknemers een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Goede voorbeelden zijn beschutte en sociale werkplaatsen. Maatwerkbedrijven kunnen, in functie van de noden van hun werknemers, bijkomende ondersteuning krijgen om hun kerntaak te realiseren en infrastructuuraanpassingen te doen.

Maatwerkafdelingen

Een onderneming die haar economische activiteit als kerntaak heeft, maar wel bereid is om mee te werken aan een socialere economie, kan een maatwerkafdeling oprichten. Daar kan ze voor een beperkte groep mensen een kwaliteitsvolle inschakeling realiseren (minstens 5 VTE). Een mooi voorbeeld zijn invoegbedrijven.

Focus op doorstroom

Omdat de plaatsen beperkt zijn, besteedt de nieuwe regelgeving veel aandacht aan doorstroom. Zo slibt het systeem niet dicht en gaan de plaatsen naar mensen die de ondersteuning echt nodig hebben. Na een grondige evaluatie kunnen doelgroepwerknemers eventueel doorstromen naar de reguliere economie. Met een stage op de werkvloer van een potentiële werkgever worden ze begeleid bij de overstap.
 

Wie?

Werknemers

Het maatwerkdecreet stimuleert werk en ondersteuning op maat van personen uit de volgende categorieën:

Personen met een arbeidshandicap.
Mensen die moeilijk aan het arbeidsleven kunnen deelnemen door functiestoornissen, beperkingen bij het uitvoeren van activiteiten, persoonlijke factoren of externe oorzaken.

Personen met een psychosociale arbeidsbeperking.
Mensen die moeilijk aan het arbeidsleven kunnen deelnemen door het samenspel tussen psychosociale factoren, beperkingen bij het uitvoeren van activiteiten, persoonlijke factoren of externe oorzaken.

Uiterst kwetsbare personen.
Werkzoekenden die om persoonlijke redenen al minstens 24 maanden niet aan het (betaalde) arbeidsleven hebben kunnen deelnemen.

Werkgevers

Maatwerkbedrijven zijn organisaties en ondernemingen die de inschakeling van doelgroepwerknemers als kerntaak hebben en daarvoor economische activiteiten ontwikkelen. Maatwerkbedrijven hebben:

  • Minimaal twintig voltijds equivalente tewerkgestelde doelgroepwerknemers op jaarbasis,
  • Een werknemersbestand dat voor minstens 65 procent bestaat uit personen met een langdurige arbeidsbeperking (mensen met een arbeidshandicap of een psychosociale beperking),
  • De rechtsvorm van vzw of vennootschap met sociaal oogmerk,
  • Een transparante en kwalitatieve bedrijfsvoering.

Goede voorbeelden zijn de huidige beschutte en sociale werkplaatsen.

Een maatwerkafdeling kan door elke organisatie of onderneming worden opgericht, los van haar kerntaak. De maatwerkafdeling is bereid om de weg naar een socialere economie in te slaan en voor een beperkte groep mensen een kwaliteitsvolle inschakeling te realiseren. Daarbij gelden de volgende subsidievoorwaarden:

  • Een minimale schaalgrootte van minstens vijf VTE doelgroepwerknemers op jaarbasis,
  • Een continue en duurzame tewerkstelling van de betrokken doelgroepwerknemers,
  • Een transparante en kwalitatieve bedrijfsvoering.

 

Premies

Het Departement Werk en Sociale Economie voorziet een pakket subsidiemaatregelen om organisaties en ondernemingen te ondersteunen.

Werkondersteunende maatregelen

Een maatwerkbedrijf of –afdeling die een doelgroepwerknemer aanwerft, heeft recht op een werkondersteuningspakket. Dat bestaat uit:

  • Een loonpremie: een tussenkomst in de loonkost van 40 tot 75 procent om het lagere arbeidspotentieel van de doelgroepwerknemer op te vangen,
  • Een begeleidingspremie: een premie voor de begeleiding en competentie-opbouw van de doelgroepwerknemer (met het oog op doorstroming).

Het bedrag is afhankelijk van de individuele behoefte aan begeleiding en het rendementsverlies van de doelgroepwerknemer, vastgelegd door de VDAB.

Organisatie-ondersteunende maatregelen

Om voldoende tewerkstellingskansen voor personen met een arbeidsbeperking te garanderen, ontvangen maatwerkbedrijven een aanvullende organisatie-ondersteuning. Die compenseert de kosten van het aanpassen van de productieprocessen aan de noden van de doelgroepwerknemers.
 

Ondersteuning

Het maatwerkdecreet wil personen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt toegang bieden tot volwaardig en zinvol werk op maat. Daarbij tracht de Vlaamse overheid voldoende ondersteuning te bieden voor werknemer en werkgever.

Werknemers

Eenmaal een doelgroepwerknemer aan het werk is, heeft hij recht op ondersteuning en begeleiding. De ondersteuning moet actief gebeuren: zo kan een gekwalificeerde begeleider de doelgroepwerknemer coachen bij zijn dagelijkse taken.

Daarnaast maakt het maatwerkbedrijf of –afdeling jaarlijks een persoonlijk ontwikkelingsplan op in overleg met de doelgroepwerknemer. Dat gebeurt na een reflectieproces waarin de einddoelen, de huidige situatie en de ontwikkelacties op technisch en generiek niveau worden onderzocht. Op basis van het persoonlijke ontwikkelingsplan wordt de doelgroepwerknemer elk jaar geëvalueerd en bijgestuurd.

Behoefte vaststellen
Zodra een doelgroepwerknemer met een werkondersteunende maatregel aan het werk is, blijft de vaststelling van de behoefte aan zo’n maatregel vijf jaar geldig. Voor het einde van die termijn moet de VDAB de werknemer evalueren. Gebeurt dat niet, dan blijft de vaststelling geldig tot na de evaluatie. Het evalueren van de behoefte aan werkondersteunende maatregelen gebeurt op basis van het persoonlijk ontwikkelingsplan, informatie van de werkgever en een gesprek met de doelgroepwerknemer.

De begeleiding op de werkvloer moet de werknemer de kans geven om naar het normale economische circuit door te stromen. In welke mate de werknemer daar klaar voor is, wordt bepaald tijdens de evaluatie van de VDAB. Om de overstap te ondersteunen krijgt de werknemer een doorstroomtraject aangeboden. Dat omvat a) kwalitatieve en actieve begeleiding bij de zoektocht naar een gepaste vacature, en b) begeleiding tijdens één of meerdere stages bij een potentiële werkgever.

De doorstroomtrajecten worden begeleid door erkende organisaties die ervaring hebben met de kwaliteitsvolle inschakeling van doelgroepwerknemers in de reguliere arbeidsmarkt. Maatwerkbedrijven en maatwerkafdelingen ontvangen voor die trajecten een compenserende vergoeding.

Werkgevers

Omdat de overheid veel in maatwerkbedrijven investeert, verwacht ze van hen een kwalitatieve bedrijfsvoering. Twee belangrijke aspecten daarvan zijn duurzaamheidsverslaggeving en zelfevaluatie. Ondernemingen rapporteren zelf over hun bedrijfsvoering en de begeleiding en doorstroom van doelgroepwerknemers. Bij maatwerkbedrijven organiseert het departement WSE bovendien ter plaatse een kwaliteitsassessment, met het oog op een grondige doorlichting en doorgedreven coaching van de onderneming.

De overheid volgt de kwalitatieve bedrijfsvoering op. Als blijkt dat de economische of financiële resultaten de  inschakeling van doelgroepwerknemers in gevaar brengen, kan de minister een verplichte managementondersteuning opleggen.

Wetgevend kader

  • Decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling (pdf).
  • Besluit van de Vlaamse Regering 17 februari 2017 tot uitvoering van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling (link naar Vlaamse Codex).