Kansengroepen kunnen ook in de zorg personeelstekort opvangen

Voor welke uitdagingen staat de zorgsector? Hoe kan de sociale economie daarop inspelen en welke kansen biedt dit voor sociale tewerkstelling? Dat liet het Departement Werk en Sociale Economie (DWSE) onderzoeken in een trendonderzoek.

Het onderzoek past in een reeks van vijf trendstudies: die onderzochten de trends in e-commerce, hernieuwbare energie, industriële noden, circulaire economie en maatschappelijke noden. 

Het onderzoek over de maatschappelijke noden spitst zich toe op zorg en groen. In de groenvoorziening werken vandaag al heel wat doelgroepwerknemers. In de woonzorgcentra, ouderenzorg en ziekenhuizen is dat nog niet het geval. De studie ging na hoe kansengroepen en in het bijzonder werknemers van maatwerkbedrijven binnen de zorgeconomie aan de slag kunnen gaan.

Trends in de zorg

Deze vier trends zijn tekenend voor de zorgeconomie in Vlaanderen:

  1. Mensen worden ouder. Daardoor ontstaan nieuwe soorten zorg en zorgnoden. En de zorg voor zieken verschuift naar proactief bezig zijn met gezondheid.
     
  2. Patiënten worden klanten. De digitalisering maakt patiënten mondiger en laat hen toe beter geïnformeerde keuzes te maken over hun gezondheid. Ze aanvaarden niet langer zonder meer de oplossing die de geneesheer hen voorlegt, maar worden eerder klant die de zorgactor beschouwt als een coach.
  1. De zorgeconomie is een knelpunteneconomie. Het wordt steeds moeilijker om voldoende terzake opgeleid personeel te vinden. De vraag naar personeel, die sowieso al erg groot is, vergroot nog door de erg snelle vergrijzing binnen de social profit en de grote uitval te wijten aan de hoge werkdruk in de sector. De vacatures voor verpleeg- en zorgkundigen prijken dan ook prominent bovenaan het lijstje vacatures voor knelpuntberoepen. De afgelopen tien jaar vergrijsde het personeel van de social profit driemaal zo snel als de rest van de Vlaamse arbeidsmarkt. Bijna een derde van de huidige werknemers is 50 jaar of ouder. Voor elke honderd (oudere) uitstromers zijn er maar zestig (jongere) instromers. 
     
  2. De zorgeconomie verandert voortdurend. Netwerken van zorginstellingen vergroten door veranderende regelgeving en besparingsdruk. Ook komen er privéspelers bij en wordt de zorgeconomie een interessante afzetmarkt voor nieuwe producten en diensten, zoals innovatieve platformen of domotica voor zorginstellingen.

Impact op werkgelegenheid

De vier genoemde trends hebben een enorme impact op de werkgelegenheid. Tussen 2017 en 2027 moet de social profit maar liefst jaarlijks 46 000 medewerkers zien te vinden om te kunnen voldoen aan de zorgnoden, zo berekende Verso, de Vereniging voor Social Profit Ondernemingen. Voor een job als zorgkundige bieden zich gemiddeld maar 2,5 kandidaten aan. Dat is dramatisch weinig als je weet dat zelfs 7,1 werkzoekenden per vacature (het gemiddelde voor de hele Vlaamse arbeidsmarkt in 2016) al als ‘krapte’ wordt beschouwd.

Expertise in innovatieve arbeidsorganisatie

Zo’n tekort aan geschikte arbeidskrachten vraagt om meer en andere, creatievere oplossingen. Innovatieve arbeidsorganisatie kan een uitkomst bieden. Zo kunnen zorginstellingen aan jobsculpting doen: jobs en processen worden dan meer op maat van een werknemer gemaakt in plaats van de ideale werknemer voor bestaande jobs te zoeken. Dat laatste biedt ook kansen voor het inschakelen van werknemers uit maatwerkbedrijven, de vroegere beschutte en sociale werkplaatsen. Maatwerkbedrijven hebben immers expertise daarrond in huis én kunnen werkkrachten aanleveren. Of je kan -via jobcarving- bestaande functies opsplitsen om tot takenpakketten te komen voor mensen uit de kansengroepen. Al moet er bij die laatste methodiek ook over gewaakt worden dat de job van een verpleeg- of zorgkundige daardoor niet te eenzijdig wordt, de sociale component er te veel uit verdwijnt, en daardoor mogelijk net meer belastend zou worden. Jobcarving is dus zeker meer dan een louter economische oefening.

Mogelijkheden voor kansengroepen in de zorg

De studie toont aan de hand van vijf concrete mogelijkheden hoe doelgroepwerknemers in de zorgeconomie aan de slag kunnen gaan.

  1. Met een kleine eenheid van doelgroepmedewerkers taken opnemen in woonzorgcentra

Werknemers uit de sociale economie kunnen als groep (‘enclave’) van een vier à vijf personen in een woonzorgcentrum aan de slag. Ze poetsen er, doen klusjes, werken in de keuken of in de wasserij, aan het onthaal of als logistiek medewerker. Ze kunnen het personeelsverloop en schommelingen van het aantal vrijwilligers helpen opvangen en de vele openstaande vacatures voor niet-voltijdse activiteiten invullen. De doelgroepwerknemers binnen zo’n enclave worden steeds begeleid door een meewerkende begeleider. Zijn of haar rol is ontzettend belangrijk voor het welslagen van het enclavewerk. Ook de mate waarin de doelgroepwerknemers en het woonzorgcentrum op elkaar afgestemd raken, is cruciaal.
 

  1. Via een enclave logistieke functies in ziekenhuizen opnemen en waar mogelijk daar als reguliere werknemer in doorstromen

Met een enclavewerking kan ook specifiek ingezet worden op doorstroom naar logistieke functies in ziekenhuizen: bij de poets- of klusjesdienst, in de cafetaria of de grootkeuken en als logistiek medewerker. Zo lost het ziekenhuis zijn personeelstekort op en maakt de doelgroepwerknemer kans om door te stromen naar een reguliere job in het ziekenhuis. Om daartoe gemotiveerd te zijn, moeten de arbeidsvoorwaarden en het arbeidscontract aantrekkelijker zijn in het ziekenhuis dan in het maatwerkbedrijf. Ook na doorstroom is begeleiding nodig, bijvoorbeeld door een buddy in het ziekenhuis. Ook voor de maatwerkonderneming zijn hier opportuniteiten om haar expertise op het vlak van begeleiding en ondersteuning aan te bieden aan de zorginstelling. Begeleiding tijdens het enclavewerk of na doorstroom is zeker nodig op piekmomenten die eigen zijn aan een ziekenhuis. Ook het typische shiftenwerk maakt het niet steeds evident om op vroege of erg late uren op het werk te geraken. Binnen de ziekenhuizen is alleszins een draagvlak nodig om de enclave-samenwerking te ondersteunen, onder meer bij vakbonden.
 

  1. Via een aangepast combinatietraject van leren en werken doorgroeien naar de job van ‘verzorgende’

Sommige doelgroepwerknemers beschikken over de competenties en attitudes om logistieke ADL-functies uit te oefenen (Algemeen Dagelijks Leven). In dat geval kunnen ze taken opnemen in heel wat zorgomgevingen zoals kinderopvang, ziekenhuizen en woonzorgcentra. Ze kunnen helpen bij lichaamsverzorging en de comfortzorg van de patiënt, om praktische hulp en hulpmiddelen aan te bieden, te observeren en rapporteren wat er gebeurt, ... Het kan gaan om opdienen, bedden verversen, het voortduwen van rolstoelgebruikers, borden met maaltijden klaarmaken aan de hand van dieetinstructies enzovoort.

Er staat niet altijd een diploma tegenover de competenties die doelgroepwerknemers al doende hebben opgebouwd. Zo’n diploma alsnog op de klassieke manier behalen -met een langlopende theoretische opleiding en relatief kortere stages- is voor veel doelgroepwerknemers niet weggelegd. Voor hen zou een alternatief traject erg nuttig zijn, waarbij ze in een combinatietraject van werken én leren kunnen voortbouwen op hun elders verworven competenties (EVC). In zo’n traject kunnen ze tegelijk én vaardigheden leren op de werkvloer én off the job opleidingen volgen. Doorlopen ze dit traject succesvol, dan kunnen ze doorgroeien naar de kwalificatie van ‘verzorgende’, een officieel erkend diploma. Het traject zal een grote inzet vragen van de doelgroepwerknemers, gezien het over een langere periode loopt. Bovendien moeten de doelgroepwerknemers ook kunnen functioneren in een ploegensysteem en zelfstandig kunnen omgaan met een zekere onvoorspelbaarheid die eigen is aan de job.
 

  1. Specifieke vaardigheden gebruiken bij digitale toepassingen

Bij sommige doelgroepwerknemers kunnen ook heel specifieke vaardigheden aangesproken worden. Zo zijn mensen met een Autisme Spectrum Profiel heel sterk met digitale toepassingen. Die komen ook in de zorgsector meer en meer voor. Denk maar aan beheer of realtime uitwisseling van gegevens, het uittesten van nieuwe toepassingen, … Ook het uitbouwen van artificiële intelligentie vergt heel wat -en vaak repetitief- voorbereidend werk. Dit soort werk vraagt niet enkel specifieke competenties op digitaal vlak, de doelgroepwerknemer moet ook om kunnen gaan met de tijdsdruk die hierbij komt kijken.
 

  1. De sociale vaardigheden van doelgroepwerknemers inzetten om een maatschappelijk waardevolle job uit te oefenen, zoals het tegengaan van eenzaamheid bij senioren

De toenemende vergrijzing brengt ook sociale problemen mee, zoals eenzaamheid. Doelgroepwerknemers kunnen senioren gezelschap houden, met hen gaan wandelen, hen begeleiden bij verplaatsingen, de krant voorlezen, … De maatwerker zet hier vooral zijn of haar sociale en gedragsmatige vaardigheden in. Ook zelfstandig kunnen werken is belangrijk, want de meeste activiteiten worden een-op-een uitgevoerd.
 

Bovenstaande voorbeelden tonen dat er meerdere opportuniteiten zijn om kansengroepen in te schakelen binnen een zorgcontext, en een meerwaarde kunnen bieden voor alle partijen, zowel de werknemer, de zorginstelling, het maatwerkbedrijf als de zorgbehoevenden. De Vlaamse overheid wil sociale tewerkstelling in de zorg versterken en een aantal drempels onder meer op het vlak van regelgeving en van onderlinge kennis en samenwerking tussen sociale economie-bedrijven en zorginstellingen verlagen. Daartoe loopt momenteel ook een tweede reeks proeftuinen. Die bieden de deelnemende sociale-economieondernemingen de kans om met de nodige begeleiding de samenwerkingsmogelijkheden met de zorgsector concreet te verkennen.

 

Wil je weten wat er binnen zo’n proeftuin mogelijk is?
Hier kan je meer lezen over de stage die een doelgroepwerknemer van maatwerkbedrijf Ryhove liep in woonzorgcentrum Helianthus.

Is je interesse gewekt om zelf deel te nemen aan een proeftuin?
Hier vind je alle info en voorwaarden.

Wil je het volledige trendrapport over maatschappelijke noden lezen?
Je vindt het hier.