Lokale diensteneconomie

Via de lokale diensteneconomie wil de overheid een dienstenaanbod uitbouwen dat aansluit bij maatschappelijke noden en tegelijk kansen creëert voor doelgroepwerknemers.

Wat?

De maatregel beoogt een drievoudige maatschappelijke meerwaarde: 

  1. Een actief en competentieversterkend traject aanbieden aan mensen die om verschillende redenen moeilijk uit de werkloosheid raken,
  2. Een aanvullend dienstenaanbod  voorzien dat inspeelt op lokale noden en evoluties en waarbij de maatschappelijke meerwaarde centraal staat,
  3. De principes van maatschappelijk verantwoord ondernemen in de diensten verankeren.

Op die manier realiseren de lokale diensten een win-winsituatie voor doelgroepwerknemers, de maatschappij en het milieu. 

 

Gericht op doorstroom

Omdat de plaatsen beperkt zijn, besteedt de lokale diensteneconomie veel aandacht aan doorstroom. Zo slibt het systeem niet dicht en worden de plaatsen ingezet voor mensen die de ondersteuning echt nodig hebben. Na maximum vijf (of uitzonderlijk zes) jaar tewerkstelling in de lokale diensteneconomie zet de doelgroepwerknemer de stap naar een tewerkstelling in het gewone arbeidscircuit. Deze stap wordt tijdens de tewerkstelling in de lokale diensteneconomie voorbereid. Het sluitstuk van zo’n traject is een stage bij een potentiële reguliere werkgever. Lukt de overstap niet, dan wordt er gezocht naar een meer passende maatregel voor de doelgroepwerknemer.

 

Goede begeleiding

Doelgroepwerknemers krijgen binnen de lokale diensteneconomie specifieke opleiding, begeleiding en ondersteuning op de werkvloer. Dit versterkt hun competenties en hun potentieel om door te stromen naar de reguliere economie. De begeleiding waarborgt de kwaliteit van de dienstverlening en draagt bij aan het engagement van de werknemers.

Als een initiatief binnen de lokale diensteneconomie voldoet aan de voorwaarden, kan het een premie krijgen voor de tewerkstelling van doelgroepwerknemers en subsidies voor de begeleiding (‘omkadering’).

 

Voordelen voor maatschappij

Toegang tot volwaardig werk is ook voor deze doelgroep een belangrijke voorwaarde om deel te nemen aan onze samenleving. Bovendien biedt een job meer kansen op persoonlijke en professionele ontwikkeling. De lokale diensteneconomie richt zich vaak op kansarme klanten. De prijzen voor de diensten kunnen daarom variëren naargelang het inkomen van de klant. De dienstverlening is ook afgestemd op de specifieke socio-economische noden van de regio. Heel wat buurt- en nabijheidsdiensten hebben bovendien een uniek participatief karakter: zowel de klanten als de werknemers en de buurtbewoners krijgen inspraak in de ontwikkeling en de werking van de dienstverlening.

De LDE situeert zich steeds binnen lokale, bovenlokale of Vlaamse bevoegdheden. Omwille van hun specifieke karakter, hun kostprijs en hun toegankelijkheid moeten de diensten aanvullend zijn op het bestaande reguliere dienstenaanbod. De regelgeving Lokale Diensteneconomie is van kracht sinds 1 april 2015.

Wie?

Werknemers

Het decreet Lokale Diensteneconomie beoogt de inschakeling van doelgroepwerknemers die een zekere afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Dat kan liggen aan persoonsgebonden factoren of de situatie waarin ze zich bevinden: het gaat bijvoorbeeld om personen met een zware zorglast, ex-gedetineerden, mensen in armoede, langdurig werklozen …

Vaak hebben deze mensen bepaalde competenties niet kunnen opbouwen of zijn ze gaandeweg kwijtgeraakt, maar ze hebben wel het potentieel om te werken binnen het normale economische circuit. Via een inschakelingstraject, met competentieversterkende tewerkstelling en kwaliteitsvolle begeleiding, wil de overheid deze doelgroepwerknemers weer in staat stellen om volwaardig werk te vinden op de reguliere arbeidsmarkt. In principevolstaat voor deze doelgroep een begeleidingsperiode van vijf (of uitzonderlijk zes) jaar om de overstap te kunnen maken.

 

Werkgevers

De lokale diensteneconomie omvat ondernemingen die inschakelingstrajecten aanbieden aan doelgroepwerknemers met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Daarvoor ontwikkelen ze een aanvullende dienstverlening met een maatschappelijke meerwaarde. Ondernemingen in de lokale diensteneconomie:

  • Bieden inschakelingstrajecten aan,
  • Stellen minimaal vijf voltijds equivalente doelgroepwerknemers op jaarbasis tewerk,
  • Hebben één van deze rechtsvormen:
    • Vereniging zonder winstoogmerk (vzw)
    • Publiekrechtelijke rechtspersoon
    • Vennootschap met sociaal oogmerk
    • Intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid,
  • Hanteren een transparante en kwalitatieve bedrijfsvoering,
  • Baten lokale diensten uit. Lokale-diensteneconomieondernemingen die naast hun activiteiten in het kader van dit decreet ook andere (commerciële of niet-economische) activiteiten uitoefenen, richten een sui-generisafdeling op.

Hoe komen lokale diensten tot stand?

De diensten die de lokale diensteneconomie aanbiedt, worden vanuit de opdrachtgevende overheid ondersteund. Ze sluiten nauw aan bij maatschappelijke evoluties en noden.

De Vlaamse of lokale overheid is als opdrachtgever verantwoordelijk voor de invulling van de dienstverlening. De lokale diensten:

  • Mogen geen bestaande tewerkstelling verdringen (binnen of buiten de lokale-diensteneconomieorganisatie),
  • Dienen ingebed te zijn in het lokale socio-economische weefsel,
  • Moeten aanvullend zijn ten opzichte van het bestaande lokale aanbod,
  • Zijn kwaliteitsvol en toegankelijk,
  • Moeten ofwel niet-economisch van aard zijn, ofwel een dienst van algemeen economisch belang invullen,
  • Beogen de duurzame tewerkstelling  van doelgroepwerknemers,
  • Vertrekken vanuit een langetermijnperspectief,
  • Zijn aanvullend of conform het Vlaamse beleid terzake.

Het toetsen van de voorwaarden gebeurt door de opdrachtgevende overheid. Die heeft daardoor een ruimere appreciatiebevoegdheid. De opdrachtgevende overheid voert een impactanalyse uit en attesteert dat de lokale diensten voldoen aan de voorwaarden. De impactanalyse moet minimaal gestoeld zijn op een raadpleging van de lokale stakeholders, waarbij zeker de sociaal-economische stakeholders niet mogen ontbreken. 

Vergoedingen

Het Departement Werk en Sociale Economie vergoedt de lokale diensteneconomie voor de inschakelingstrajecten die ze voor doelgroepwerknemers realiseert. Die vergoeding is een forfaitaire bijdrage voor:

  • De competentieversterkende tewerkstelling van de doelgroepwerknemer,
  • De kwaliteitsvolle begeleiding van de doelgroepwerknemer,
  • Het bereiken van doorstroom;
  • De kwaliteitsvolle bedrijfsvoering van de lokale-diensteneconomieonderneming.

Procedure

Voor een onderneming inschakelingstrajecten mag aanbieden binnen de lokale diensteneconomie, moet ze drie stappen doorlopen:

1) Eerst meldt ze zich aan om een label te verkrijgen.

2) Daarna kan ze een aanvraag doen om een welbepaald aantal inschakelingstrajecten te mogen organiseren.

3) Een werkzoekende kan pas in een inschakelingstraject binnen een LDE-onderneming aan de slag gaan, als de VDAB hem of haar na een screening daarnaar heeft toegeleid.
 

1. Aanmelding (aanvraag label)

Via de aanmelding identificeert de overheid ondernemingen die in aanmerking komen voor een vergoeding in het kader van de lokale diensteneconomie. De minister kent het label toe aan ondernemingen op basis van een aanvraag. De toekenning van het label staat los van de beschikbare middelen.

Werkwijze:

  • Stuur het ingevulde aanvraagformulier plus eventuele bijlagen naar lokalediensteneconomie@wse.vlaanderen.be.
  • Het Departement WSE beoordeelt de ontvankelijkheid van de aanvraag en brengt de aanvrager op de hoogte. Dat gebeurt uiterlijk zeven kalenderdagen na ontvangst van de elektronische aanvraag.
  • Als de aanvraag ontvankelijk is, onderzoekt het Departement WSE of ze aan de aanmeldingsvoorwaarden voldoet. Het departement kan steeds om bijkomende informatie vragen.
  • Het inhoudelijke advies wordt binnen 45 kalenderdagen bezorgd aan de Adviescommissie Sociale Economie.
  • Ondernemingen die hun aanvraag willen toelichten voor de Adviescommissie Sociale Economie, ontvangen een uitnodiging van het departement.
  • De Adviescommissie Sociale Economie bezorgt een advies aan de minister.
  • De minister beslist over de toekenning van het label. Het label ‘lokale diensteneconomie’ is vijf jaar geldig. Vanaf de toekenning van een contingent is het label geldig voor onbepaalde duur.
  • Na een positieve beslissing volgt een procedure om toegang te krijgen tot de elektronische toepassing OWSE. Vanuit die toepassing kunnen ondernemingen intekenen op oproepen in de volgende fase.

2. Aantal tewerkstellingsplaatsen (‘contingent’)

Zodra een onderneming het label ‘lokale diensteneconomie’ heeft ontvangen, kan ze een contingent van inschakelingstrajecten aanvragen. Een contingent geeft aan hoeveel tewerkstellingsplaatsen een LDE-onderneming kan aanbieden aan doelgroepwerknemers. Nieuwe plaatsen worden verdeeld via een oproepsysteem. Ondernemingen met een label kunnen daarop intekenen via de onlineapplicatie OWSE om nieuwe of extra plaatsen toegewezen te krijgen.
 

3. Passend traject

Om doelgroepwerknemers te kunnen aanwerven, bezorgt de LDE-onderneming openstaande vacatures aan de VDAB. Die staat in voor de screening van de werkzoekenden. De VDAB gaat na met welke problemen een werkzoekende kampt en meet zijn of haar afstand tot de arbeidsmarkt. De mate van zelfredzaamheid, fysieke draagkracht … kunnen bepalend zijn voor de inschakelingsmogelijkheden. Zulke zaken worden meegenomen in de meting. Op basis daarvan bepaalt de VDAB een geschikt traject. Zo kan de VDAB een werkzoekende na screening toeleiden naar een LDE-onderneming met een passende vacature.

Ondersteuning

Het LDE-decreet wil inschakelingstrajecten aanbieden aan doelgroepwerknemers met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Die trajecten bestaan uit een competentieversterkende inschakeling en kwaliteitsvolle begeleiding. De Vlaamse overheid ondersteunt werknemers en werkgevers bij dat proces.
 

1. Werknemer

Eenmaal een doelgroepwerknemer aan het werk is, moet de onderneming de nodige inspanningen leveren om hem/haar actief te begeleiden en ondersteunen. De doelgroepwerknemers worden bij hun dagelijkse taken gecoacht door een gekwalificeerde begeleider.

Daarnaast maakt de LDE-onderneming jaarlijks een persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) op samen met de doelgroepwerknemer. Bij de opmaak van het POP worden de huidige situatie, de einddoelen en de ontwikkelacties onderzocht. De doelgroepwerknemer wordt met het POP geëvalueerd en bijgestuurd.

Een inschakelingstraject in een LDE-onderneming duurt maximaal vijf jaar. Die periode gaat in zodra de doelgroepwerknemer met een werkondersteunende maatregel aan het werk is. Na afloop wordt de werknemer geëvalueerd door de VDAB. De evaluatie gebeurt op basis van het persoonlijk ontwikkelingsplan en gesprekken met de werkgever en de doelgroepwerknemer.

De begeleiding die LDE-ondernemingen hun doelgroepwerknemers aanbieden, ondersteunt hun professionele ontwikkeling en vergemakkelijkt de doorstroom naar het normale economische circuit. Die doorstroom is het streefdoel van de lokale diensteneconomie. Aanvullend op het inschakelingstraject wordt daarom een doorstroomstraject opgestart. Dat traject omvat kwalitatieve en actieve begeleiding bij de zoektocht naar een gepaste vacature. Het voorziet ook begeleiding tijdens één of meerdere stages bij een toekomstige werkgever.

De doorstroomtrajecten worden begeleid door erkende organisaties die ervaring hebben met de kwaliteitsvolle inschakeling van doelgroepwerknemers in de reguliere arbeidsmarkt.
 

2. Werkgever

Vermits de overheid veel in LDE-ondernemingen investeert, verwacht ze van hen een kwalitatieve bedrijfsvoering. Dat gebeurt onder meer via een duurzaamheidsverslag en zelfevaluaties. Daarin rapporteren ondernemingen over hun bedrijfsvoering en over de begeleiding en doorstroom van de doelgroepwerknemers. Het departement WSE organiseert ook een kwaliteitsassessment ter plaatse, met het oog op een doorgedreven coaching van de onderneming.

Uit de opvolging van de kwalitatieve bedrijfsvoering kan blijken dat de economische of financiële resultaten tegenvallen en de inschakeling van doelgroepwerknemers daardoor in het gedrang komt. In dat geval kan de minister een verplichte managementondersteuning opleggen.

Betalingen

De LDE-regelgeving wil de administratieve lasten voor de werkgevers verminderen door optimaal gebruik te maken van elektronische gegevens. Om te onderzoeken of (en in welke mate) een werknemer recht heeft op een subsidie, raadpleegt het Departement WSE authentieke gegevensbronnen, zoals de DmfA (multifuctionele aangifte) en de Kruispuntbank voor Ondernemingen. Daardoor valt een grote last van de schouders van de werkgever, die bijvoorbeeld geen individuele prestatiestaten meer hoeft in te geven via het e-subsidieloket.

De LDE-onderneming ontvangt maandelijks een voorschot voor de gestarte en lopende inschakelingstrajecten. Daarnaast wordt elk kwartaal een afrekening opgemaakt.

Meer weten?

Zoek je heel gerichte informatie over de lokale diensteneconomie? Kijk dan zeker even in de lijst met veel gestelde vragen hieronder. Dit overzicht behandelt heel gedetailleerd verschillende thema's.

Veel gestelde vragen lokale diensteneconomie(591.97 KB)

Formulieren

Sjabloon impactanalyse lokale diensteneconomie(49.33 KB)Aanvraagformulier label lokale diensteneconomie(915.21 KB)

Wetgevend kader

  • Decreet van 22 november 2013 betreffende de lokale diensteneconomie (pdf).
  • Besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2014 tot uitvoering van het decreet van 22 november 2013 betreffende de lokale diensteneconomie (pdf).
  • Ministerieel besluit tot uitvoering van artikel 13 en 51 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2014 (pdf).
  • Ministerieel besluit tot uitvoering van artikel 17 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2014 tot uitvoering van het decreet lokale diensteneconomie van 22 november 2013 (pdf).
  • Bijlage bij het ministerieel besluit tot uitvoering van artikel 17 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2014 tot uitvoering van het decreet lokale diensteneconomie van 22 november 2013 (pdf).
  • Besluit 2012/21/EU van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen (pdf).

Je kan de volledige (gecoördineerde) tekst van deze besluiten terugvinden in de Vlaamse Codex.